Nieuwsbericht

Actualiteit

Verhuur van omvangrijke portefeuille studentenpanden was geen ondernemingsactiviteit

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs in een feitelijke procedure beslist dat de verhuur van 23 (studenten)panden geen winst uit onderneming vormde. Reden hiervoor was dat de met de verhuur gemoeide werkzaamheden van de kamerverhuurder naar aard en omvang niet het normaal actief vermogensbeheer te boven gingen. Het Hof baseerde zich hierbij op het standaardarrest van de Hoge Raad uit 1994.

Belang gemeente of grondbedrijf
Voor gemeenten die op een vergelijkbare wijze als in de hofuitspraak - dat wil zeggen op een vrij passieve manier - huuractiviteiten verrichten, en waarbij primair het gemeentelijk huisvestingsbeleid voorop staat en niet zozeer het behalen van zo veel mogelijk winst, vormt deze uitspraak een welkome ondersteuning voor het standpunt dat verhuuractiviteiten geen belastbare ondernemingsactiviteit zijn. Met name is deze uitspraak een ruggensteun voor die gemeenten en/of gemeentelijke grondbedrijven die hierover in discussie gaan of momenteel al in discussie zijn met de Belastingdienst en waarbij een (navorderings)aanslag vennootschapsbelasting is aangekondigd of opgelegd. Als de verhuuractiviteiten niet kwalificeren als een ondernemingsactiviteit kan dit leiden tot een aanzienlijke besparing op uw administratieve lasten aangezien dan geen gedetailleerde fiscale boekhouding hoeft te worden gevoerd en ook geen aangifte vennootschapsbelasting hoeft te worden gedaan.

Hoewel de procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden betrekking heeft op de inkomstenbelasting, kan deze procedure toch ook van belang zijn voor beperkt belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting. De vennootschapsbelasting haakt voor de wetsbepalingen inzake winst uit onderneming voor een belangrijk deel aan bij de inkomstenbelasting. Dit betreft onder meer de afbakening tussen een ondernemingsactiviteit en een niet-ondernemingsactiviteit. In de vennootschapsbelasting komt deze afbakening ook aan de orde, maar dan bij de groep zogeheten ‘beperkt belastingplichtigen’. Deze subjecten zijn voor de vennootschapsbelasting belastingplichtig voor zover zij een onderneming drijven. Lagere overheden, verenigingen en stichtingen zijn gangbare voorbeelden van beperkt belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting.

Het criterium ‘meer dan normaal actief vermogensbeheer’
Een activiteit genereert voor de inkomstenbelasting belastbare baten voor zover voor die activiteit sprake is van meer dan normaal actief vermogensbeheer. Dit criterium behelst een tweeledige toets en toetst zowel de voor die activiteit verrichte arbeid als het daarmee behaalde rendement. Een activiteit is een ondernemingsactiviteit als sprake is van arbeid die naar aard en omvang tot doel heeft het behalen van voordelen die het bij normaal vermogensbeheer opkomend rendement te boven gaat.

Toepassing van dit criterium op verhuur van onroerende zaken leidt ertoe dat sprake is van belastbare ondernemingswinst als het geheel van door de verhuurder (persoonlijk) ter zake van de verhuur verrichte arbeid én het door hem daarmee behaalde rendement, gelet op aard en omvang van voor de (kamer)verhuur verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is.

Arbeid naar aard en omvang
Keren we terug naar de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden. De inspecteur stelde dat alle werkzaamheden die bij de onderhavige kamerverhuur waren verricht, normaal vermogensbeheer te boven gingen. De werkzaamheden betroffen: het innen van de huur, het deels zelf regelen van nieuwe huurders, huurcontracten opstellen, toezicht houden in de zin van inspecties achteraf (na afloop van het huurcontract) op de kamers, toezicht op de ingeschakelde aannemers, voeren van de administratie. Het Hof was het daarmee niet eens. De door de Inspecteur genoemde activiteiten zijn juist bij kamerverhuur gericht op het verkrijgen van de (normale) huur en leiden niet tot een extra aan de werkzaamheden toe te rekenen rendement. Ook was het Hof van oordeel dat de enkele omstandigheid dat een kamerverhuurder in 23 panden 90 tot 100 kamers verhuurt op zichzelf nog niet met zich brengt dat sprake zou zijn van meer dan normaal actief vermogensbeheer.  

Het Hof stelde verder nog vast dat de kamerverhuurder vanaf 2013 de met de kamerverhuur gemoeide werkzaamheden had uitbesteed aan een externe beheerder en aan zijn zoon. De aan hen betaalde bedragen (€ 7.200 en € 5.000) waren echter zodanig gering dat ook daaruit niet kan worden afgeleid dat de werkzaamheden in de onderhavige jaren (2007 t/m 2011) waarin de kamerverhuurder de werkzaamheden zelf, dan wel samen met zijn zoon verrichtte, een meer dan normaal actief vermogensbeheer te boven zouden zijn gegaan.

Reacties

0 reactie(s). Plaats hieronder uw reactie.


Plaats een reactie

Om te kunnen reageren dient u ingelogd te zijn.