Altijd en overal toegang tot een schat aan informatie.

Vergroot de fiscale kennis binnen uw gemeente

Actueel


Betaling aan vervoerders: Belastingdienst bevestigt antwoord lezersvraag Fiscaal Portaal Gemeenten

Op 12 mei 2020 heeft Fiscaal Portaal Gemeenten antwoord gegeven op de lezersvraag of de betaling/compensatie die gemeenten betalen aan vervoersbedrijven btw-belast zijn (Lezersvraag: btw en gederfde opbrengsten vervoerders door COVID-19). Bij de beantwoording is onderscheid gemaakt naar de situatie waarbij de betaling contractueel verplicht is (betaling belast met btw) en situaties waarbij dat niet het geval is (betaling zonder btw). Op dat moment was ons niet bekend dat de Belastingdienst een gelijke vraag had liggen en deze heeft beantwoord per brief van 24 april 2020. Met een verwijzing naar rechtspraak bevestigt de Belastingdienst de visie van Fiscaal Portaal Gemeenten.  
[Lees verder...]

Uitnodiging 10 juni 2020: Virtuele demo Data Transformation Platform (DTP)

  Wij nodigen u graag uit voor een demo van de nieuwe ‘app-store’ van PwC, het Data Transformatie Platform (DTP). Via het DTP bieden wij u toegang tot de digitale toepassingen en tools om voor u relevante problemen op te lossen of business inzichten te genereren. Fiscaal, maar ook breder. Via deze link krijgt u alvast een indruk van een dergelijke tool. Woensdag 10 juni 08:45 - 09:30 Woensdag 10 juni laten wij u van 8.45 - 9.30 niet alleen zien hoe het werkt, maar leggen we u ook uit hoe u hier, voor een periode van 3 weken, vrijblijvend gebruik van kunt maken.Tijdens de demo zullen we laten zien wat deze tools voor u kunnen betekenen, en hoe eenvoudig ze zijn toe te passen. Zo kunt u antwoord krijgen op de vraag wat de fiscale gevolgen van een detachering zijn, maar ook hoe u bijvoorbeeld door middel van een dashboard een beter inzicht krijgt in uw vastgoed-positie. De mogelijkheden van het platform zelf ontdekken Dat u vervolgens 3 weken gratis van het DTP gebruik kunt maken is uniek, reserveer vooral vast wat tijd in uw agenda, én voor de demo, én voor het ontdekken van het DTP. Overigens blijft toegang tot het platform daarna gratis, maar zal voor het gebruik van de meeste toepassingen een vergoeding worden gevraagd. Aanmelden? U kunt zich bij nora.el.ghazi@pwc.com aanmelden en dan krijgt u de inloggegevens voor deze bijeenkomst. Voor vragen hierover kunt u contact opnemen met einte.van.der.wal@pwc.com of uw reguliere contactpersoon.  
[Lees verder...]

Lezersvraag: btw-compensatie bij noodopvang kinderen van ouders in vitale beroepen

In verband met de uitbraak van COVID-19 is door het kabinet aan gemeenten gevraagd om de noodopvang te organiseren van kinderen van ouders die werken in cruciale beroepen of vitale processen. Gemeenten maken kosten om dit te organiseren, maar ontvangen soms ook facturen van bijvoorbeeld gastouders. De opvang is namelijk zonder extra kosten voor de ouders. Voor zover op de gemaakte kosten btw drukt komt deze volgens PwC Fiscaal Portaal Gemeenten in aanmerking voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. Voor onze abonnees onderbouwen wij dat standpunt hierna.
[Lees verder...]

Lezersvraag: btw en gederfde opbrengsten vervoerders door COVID19

Diverse gemeenten worden geconfronteerd met de vraag van door hen gecontracteerde vervoerders, om de vervoerders te compenseren voor het verlies van hun inkomsten. Door de coronacrises en de oproep van de Rijksoverheid om zoveel mogelijk thuis te blijven, wordt er namelijk substantieel minder leerlingenvervoer, jeugdvervoer en dagbestedingsvervoer verricht en afgenomen. Daarbij komt tevens de vraag op of de betaling van deze compensatie moet worden belast met btw. Dit is een relevante vraag nu gemeenten de btw op dergelijke vervoerskosten veelal niet kunnen verrekenen, via de btw-aangifte noch het BCF, waardoor deze btw – in principe – kostprijsverhogend is. Of de gemeente btw moet betalen aan de vervoerder is afhankelijk van de gemaakte compensatieafspraken. Wij lichten dit hierna verder toe voor onze abonnees.
[Lees verder...]

Welkom


Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten omvat een uitgebreide databank met informatie op het gebied van zowel de btw, het BTW-compensatiefonds, vennootschapsbelasting en loonheffingen. Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten is specifiek gericht op fiscale zaken die spelen bij publiekrechtelijke lichamen. Met het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten bent u dan ook altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op fiscaal gebied.

Naast de omvangrijke databank treft u vele praktijkvoorbeelden, voorbeeldbrieven en digitale tools aan waardoor u en/of uw medewerkers tijd kan besparen bij het beantwoorden van fiscale vragen. Daarnaast vergroot u de fiscale bewustwording binnen uw organisatie waardoor fiscale aspecten eerder worden gesignaleerd. Tevens kan het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dienen als educatiemiddel.

Met één abonnement kunnen tien medewerkers van de gemeente tegen een scherp geprijsd tarief gebruikmaken van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten. Mocht u geïnteresseerd zijn in het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dan kunnen wij uw organisatie vrijblijvend informeren over de mogelijkheden en de inhoud van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten: Contact.

Uitgelicht


Betaling aan vervoerders: Belastingdienst bevestigt antwoord lezersvraag Fiscaal Portaal Gemeenten

Op 12 mei 2020 heeft Fiscaal Portaal Gemeenten antwoord gegeven op de lezersvraag of de betaling/compensatie die gemeenten betalen aan vervoersbedrijven btw-belast zijn (Lezersvraag: btw en gederfde opbrengsten vervoerders door COVID-19). Bij de beantwoording is onderscheid gemaakt naar de situatie waarbij de betaling contractueel verplicht is (betaling belast met btw) en situaties waarbij dat niet het geval is (betaling zonder btw). Op dat moment was ons niet bekend dat de Belastingdienst een gelijke vraag had liggen en deze heeft beantwoord per brief van 24 april 2020. Met een verwijzing naar rechtspraak bevestigt de Belastingdienst de visie van Fiscaal Portaal Gemeenten.  De brief van de Belastingdienst treft u hierbij aan. De inhoud van de brief betreft algemene informatie, die niet ingaat op specifieke gevallen. Voor de specifieke gevallen kan de gemeente in vooroverleg treden met de Belastingdienst.  De brief is afkomstig van Koninklijk Nederlands Vervoer:https://www.knv.nl/veelgestelde-vragen/ Publicatiedatum: 26 mei 2020.

Lezersvraag: btw-compensatie bij noodopvang kinderen van ouders in vitale beroepen

In verband met de uitbraak van COVID-19 is door het kabinet aan gemeenten gevraagd om de noodopvang te organiseren van kinderen van ouders die werken in cruciale beroepen of vitale processen. Gemeenten maken kosten om dit te organiseren, maar ontvangen soms ook facturen van bijvoorbeeld gastouders. De opvang is namelijk zonder extra kosten voor de ouders. Voor zover op de gemaakte kosten btw drukt komt deze volgens PwC Fiscaal Portaal Gemeenten in aanmerking voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. Voor onze abonnees onderbouwen wij dat standpunt hierna.Facturen coördineren en organiseren noodopvang De Veiligheidsregio’s hebben bijgevoegde brief de opdracht gekregen noodopvang te bieden aan kinderen van ouders in vitale beroepen. De gemeenten zijn daarbij gevraagd om dit te organiseren, coördineren en ondersteunen. De gemeente handelt hierbij niet als ondernemer voor de btw. Doordat de gemeente geen vergoeding ontvangt verricht zij namelijk geen economische activiteiten. De aan de gemeente gefactureerde btw komt daardoor in aanmerking voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. Voor de btw 0p de kosten voor coördinatie en beleid geldt geen uitsluiting in de zin van artikel 4 van de Wet BCF. Facturen gastouders en kinderopvang Sommige gemeenten ontvangen facturen van bijvoorbeeld gastouders en andere kinderopvang. Te denken valt aan een situatie waarbij ouders een vitaal beroep hebben en waarbij normaal gesproken anderen, zoals de grootouders, oppassen. Door COVID-19 is dit echter niet mogelijk en dienen de ouders extra kinderopvang in te kopen. Het kabinet heeft toegezegd dat ouders met vitale beroepen geen extra kosten mogen maken voor kinderopvang. Om die reden worden deze extra kosten betaald door gemeenten. Veelal brengen de gastouders geen btw in rekening voor hun dienst van kinderopvang. Dit door de btw-vrijstelling (art. 11.1.w, Wet op de omzetbelasting 1968). Deze btw-vrijstelling geldt voor de opvang van kinderen in kinderopvang of gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet kinderopvang, indien het betreft kinderopvang in een overeenkomstig die wet geregistreerd en wordt voldaan aan de in de voormelde wet gestelde eisen, opvang van kinderen als bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, onderdeel a, van die wet, en ook de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vormen van kinderopvang. In dit besluit wordt onder voorwaarden overigens ook de bemiddeling bij kinderopvang vrijgesteld. Wordt niet voldaan aan voormelde voorwaarden voor de toepassing van de btw-vrijstelling, dan dient ter zake van de kinderopvang wel btw te worden gefactureerd aan de gemeente. De gemeente wendt deze ingekochte dienst aan “buiten het kader van haar onderneming”, zodat de btw in beginsel compensabel is. Het is vervolgens de vraag of de uitsluiting geldt doordat sprake is van een individuele verstrekking, aan de ouders van de vitale beroepen. Volgens de “oude visie” is het antwoord bevestigend: de btw van de gastouder is dan kostprijsverhogend. Een voor deze kosten apart aangemaakte kostenplaats dient dan kostprijsverhogend worden gelabeld. Dit is de meest veilige weg. Echter kan ook de nieuwe visie worden bepleit: á la de re-integratie- en A28-rechtspraak. Onder de hiervoor bedoelde uitsluiting worden namelijk prestaties aan de collectiviteit van inwoners niet begrepen. Door de kinderopvang kunnen de ouders van vitale beroepen aan het werk en daarmee is de volledige bevolking en dus het collectief gediend. Het collectieve belang overheerst daarmee het individuele belang, waardoor de uitsluiting niet van toepassing is. De btw blijft daarmee compensabel voor de gemeente. Wanneer het Rijk alle kosten compenseert, ook de btw, adviseren wij - ter voorkoming van discussies achteraf - de kostenplaats op kostprijsverhogend te zetten.  

Lezersvraag: btw en gederfde opbrengsten vervoerders door COVID19

Diverse gemeenten worden geconfronteerd met de vraag van door hen gecontracteerde vervoerders, om de vervoerders te compenseren voor het verlies van hun inkomsten. Door de coronacrises en de oproep van de Rijksoverheid om zoveel mogelijk thuis te blijven, wordt er namelijk substantieel minder leerlingenvervoer, jeugdvervoer en dagbestedingsvervoer verricht en afgenomen. Daarbij komt tevens de vraag op of de betaling van deze compensatie moet worden belast met btw. Dit is een relevante vraag nu gemeenten de btw op dergelijke vervoerskosten veelal niet kunnen verrekenen, via de btw-aangifte noch het BCF, waardoor deze btw – in principe – kostprijsverhogend is. Of de gemeente btw moet betalen aan de vervoerder is afhankelijk van de gemaakte compensatieafspraken. Wij lichten dit hierna verder toe voor onze abonnees.Van belang is of in de contracten met de vervoerders is opgenomen of er een verplichting tot doorbetaling bestaat. Contractuele verplichting tot betaling - belast Wanneer gemeente en vervoerder hebben afgesproken dat de gemeente periodiek (maandelijks of jaarlijks) een vast bedrag betaalt, ongeacht de hoeveelheid uitgevoerde ritten, dan dient de gemeente haar contractuele verplichting tot betaling na te komen. Over de betaalde vergoeding is dan (9%) btw verschuldigd, ondanks dat de vervoerder in de betreffende periode wellicht geen ritten uitvoert. De gemeente betaalt dan namelijk voor het recht om waar en wanneer nodig ritten uit te laten voeren. De betaling van de gemeente vormt in dit geval geen onbelaste vergoeding voor het verlies van inkomsten. Geen contractuele verplichting tot betaling - onbelast Indien gemeente en vervoerder overeen zijn gekomen dat de gemeente betaalt per afgenomen rit, dan geldt er geen contractuele betalingsverplichting als er geen ritten worden uitgevoerd. Wanneer een gemeente toch besluit een vervoerder te compenseren voor het geleden inkomstenverlies, dan is dit uit vrijgevigheid dan wel ten behoeve van het algemeen belang. Voor de btw wordt in dat geval geen prestatie verondersteld, waardoor heffing van btw achterwege kan blijven. Van heffing van schenkbelasting is evenmin sprake. Zo sprake is van een gift, dan is deze vrijgesteld van schenkbelasting aangezien deze wordt verstrekt door een gemeente (op grond van artikel 33, sub 3 van de Successiewet). Mocht in deze situatie toch sprake zijn van een btw-belaste prestatie, dan is deze btw compensabel via het BCF aangezien geen sprake is van de verstrekking aan een individuele derde. Aandachtspunt praktijk: geen contractuele verplichting tot betaling, mogelijk op een later moment alsnog ritten hiervoor Het is denkbaar dat gemeenten en vervoerders op een later moment overeenkomen dat het eerder gegeven bedrag dat ter compensatie van inkomstenverlies werd betaald,  verrekend gaat worden met te maken ritten. De gemeente hoeft voor de ritten dan op dat latere moment niet meer te betalen, de inkomenscompensatie wordt op dat latere moment namelijk “omgevormd” naar een vooruitbetaling. Alhoewel het de vraag is of deze situatie zich zal kunnen voordoen, kan gesteld worden dat bij het maken van die nieuwe afspraak de vervoerder alsnog een factuur met btw moet uitreiken aan de gemeente.  Te beargumenteren valt dat wanneer een dergelijke afspraak op een later moment tot stand komt, het betaalde bedrag tot het moment van deze afspraak onbelast blijft. Deze visie verdient afstemming met de Belastingdienst. Bovenal adviseren wij om duidelijke afspraken met de vervoerder te maken over de inkomenscompensatie en deze vooraf te (laten) toetsen op de btw-gevolgen.

Beschermingsbewind valt niet onder de btw-vrijstelling voor schuldhulpverlening (Rechtbank Den Haag)

Ondernemers die diensten verrichten bestaande uit beschermingsbewind zijn btw verschuldigd. De belanghebbende in onderhavige zaak is er niet in geslaagd te bewijzen dat deze diensten onder de btw-vrijstelling voor schuldhulpverlening zouden moeten vallen, zo oordeelt de rechtbank Den Haag. De afgelopen jaren zijn er diverse rechtbankuitspraken geweest over dit onderwerp en in sommige gevallen is hoger beroep ingesteld. Ook voor gemeenten is het interessant om het verloop van deze procedures te volgen.  Het wel of niet toepassen van de btw-vrijstelling kan grote financiële gevolgen hebben voor gemeenten, zowel direct (btw voldoen uit de ontvangen vergoeding) als indirect (via het algemene mengpercentage en de vergoeding van beschermingsbewind via de bijzondere bijstand).Casus In geschil was of de activiteiten van de belanghebbende zijn vrijgesteld van btw. (Dit op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel f van de Wet OB juncto artikel 7, eerste lid Uitvoeringsbesluit OB en post b.33 van Bijlage B bij dit uitvoeringsbesluit.) De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie de bewoordingen van btw-vrijstellingen strikt dienen te worden uitgelegd. Zij vormen immers de uitzondering op de hoofdregel dat al het verbruik moet worden belast. Dit heeft tot gevolg dat de bewijslast voor toepassing van de vrijstelling rust op belanghebbende. De rechtbank oordeelt dat de belanghebbende niet is geslaagd in deze bewijslast doordat zij niet inzichtelijk heeft gemaakt waaruit haar werkzaamheden in het kader van beschermingsbewind bestaan. Daardoor slaagt de stelling van belanghebbende dat haar werkzaamheden gelijk zijn aan de werkzaamheden zoals vermeld in de Nota van Toelichting bij het besluit van 15 december 2015 tot wijziging van het uitvoeringsbesluit niet. Landelijke trend De afgelopen jaren zijn in ieder geval de volgende vijf rechtbank-uitspraken gepubliceerd: - Rechtbank Noord-Holland 5 juli 2018 – Geen hoger beroep ingesteld - Rechtbank Noord-Nederland 11 oktober 2018 – Hoger beroep ingesteld door Belastingdienst - Rechtbank Noord-Nederland 21 februari 2019 – Hoger beroep ingesteld door Belastingdienst - Rechtbank Gelderland 13 februari 2020 – Nog niet bekend of hoger beroep is ingesteld - Rechtbank Den Haag 5 maart 2020 – Nog niet bekend of hoger beroep is ingesteld De Belastingdienst stelt zicht op het standpunt dat beschermingsbewind niet valt uit de vrijstelling voor schuldhulpverlening. Dit blijkt onder meer uit het Wob-verzoek uit 2016 waarbij het standpunt van de Kennisgroep Omzetbelasting van de Belastingdienst gepubliceerd ten aanzien van bewindvoering bij schuldhulpverlening. Om die reden is hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van rechtbank Noord-Nederland. In deze uitspraken kwam de rechtbank namelijk tot het oordeel dat beschermingsbewind wel onder de vrijstelling voor schuldhulpverlening valt. Voor de volledigheid vermelden wij dat in post b.33 bewindvoering in het kader van de wettelijke schuldregeling wordt uitgezonderd van de vrijstelling. Dit betreft echter bewindvoering op basis van de WSNP (wet schuldsanering natuurlijke personen en titel III Faillissementswet). Beschermingsbewind heeft haar wettelijke grondslag in Boek I van het Burgerlijk Wetboek. Belang gemeentelijke praktijk Gemeenten verrichten diverse activiteiten op het gebied van schuldhulpverlening. In sommige gevallen hoort daar ook beschermingsbewind bij. Wij adviseren gemeenten om hun activiteiten op dit gebied te inventariseren en de btw-labeling van deze activiteiten nog eens tegen het licht te houden. Daarnaast is er ook een indirect belang van deze procedures op het algemeen mengpercentage. De gemeentelijke activiteiten op het gebied van schuldhulpverlening werken daarop in beginsel als kostprijsverhogend. Tot slot komen bewoners die een beroep doen op beschermingsbewind vaak ook in aanmerking voor bijzondere bijstand. Voor de hoogte van het bedrag dat de gemeente via de bijzondere bijstand aan haar inwoners moet vergoeden is relevant of op de facturen van beschermingsbewindvoerders (ongeacht of dit de gemeente of een commerciële bewindvoerder is) btw wordt vermeld.

Wilt u op de hoogte blijven van het laatste binnenlands bestuur nieuws?

Meld u aan voor de nieuwsbrief

Contact


Dieks Boswinkel

088 - 792 16 91

dieks.boswinkel@pwc.com

Jarno Sloot

088 - 792 42 22

jarno.sloot@pwc.com

Jelke Rouwhorst

088 - 792 28 33

jelke.rouwhorst@pwc.com