Altijd en overal toegang tot een schat aan informatie.

Vergroot de fiscale kennis binnen uw gemeente

Actueel


Geen verzuimboete bij HT, wel belastingrente bij ‘spiegelbeeldfout’ (gerechtshof Den Haag)

Als inkoop-btw ten onrechte is verrekend via de btw-aangifte is hierover belastingrente verschuldigd. Wanneer deze inkoop-btw wel compensabel is via het BCF wordt hierover anderzijds echter geen belastingrente vergoed. Alhoewel de zogenoemde “spiegelbeeldfout” dus niet leidt tot belastinginkomsten voor het Rijk, leidt het wel tot inkomsten van belastingrente. Hiertegen is een procedure gevoerd, waarbij de gemeente 4 gronden aandraagt. De wetgever heeft dit bewust zo gewild, zo oordeelde rechtbank Den Haag o.a. op 24 december 2019. Zij stelt de gemeente dan ook in het ongelijk. De rechtbank geeft de gemeente wel gelijk in – haar laatste stelling – dat zij dubbel wordt ‘bestraft’ doordat zowel rente wordt geheven als een boete wordt opgelegd. De rechtbank geeft aan dat het opleggen van een boete geen verplichting is, maar een bevoegdheid van de inspecteur. Deze moet alle belangen afwegen voordat zij overgaat tot het opleggen van een boete. Dit is niet redelijk als de gemeente een convenant Horizontaal Toezicht met de Belastingdienst is overeengekomen en rente wordt geheven, aldus de rechtbank. Zowel belanghebbende als de Belastingdienst hebben vervolgens hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Den Haag laat de uitspraak van de rechtbank echter in stand. Het gerechtshof is met belanghebbende eens dat de wet- en regelgeving rondom belastingrente onredelijk uitpakt. Deze is wel overeenkomstig de letterlijke tekst van de wettelijke bepalingen en conform de bedoeling van de wetgever vastgesteld. Dez problematiek kan dan ook alleen bij de wetgever worden aangekaart. Verder bevestigt het gerechtshof de visie dat de opgelegde boete niet gepast is. In de onderhavige zaak moest de gemeente meer rente betalen dan wordt vergoed. Om het ‘sparen met belastingrente’ bij de Belastingdienst zo onaantrekkelijk mogelijk te maken, begint de termijn waarover belastingrente wordt vergoed voor nog te verrekenen btw later dan de termijn waarover belastingrente verschuldigd wordt bij nog (terug) te betalen btw. Het rente-nadeel kan bij spiegelbeeldfouten behoorlijk oplopen. Om die reden adviseert PwC Fiscaal Portaal Gemeenten om periodiek de btw-labeling van de kostenplaatsen van uw gemeente te controleren én een steekproef uit te voeren. Onze abonnees kunnen daarbij gebruik maken van de modellabeling die wij jaarlijks publiceren en periodiek bijwerken op deze website. Wanneer uw voorkeur uitgaat naar een automatische integrale controle van de btw-labeling van uw gemeente, kunt u gebruik maken van PwC’s Smart Label Tool. Voor het uitvoeren van een steekproefcontrole is PwC's Steekproeftool al vele malen ingezet. Voor meer informatie over de Smart Label Tool verwijzen wij naar onze flyer.
[Lees verder...]

Levering van zelf opgewekte zonnestroom kan mogelijk leiden tot een belastingplicht voor de energiebelasting

In het jaar 2050 moet de co2-uitstoot worden verminderd met 95% ten opzichte van het jaar 1990. Steeds meer gemeenten hebben daarom een zogenaamde routekaart opgesteld en zijn gestart met duurzaamheidsprojecten.  Voorbeelden van projecten zijn bijvoorbeeld de aanleg van zonneparken op het land of de installatie van zonnepanelen op openbare gebouwen.  Wij merken bij veel van onze klanten dat bij het installeren van deze zonnepanelen niet altijd wordt nagedacht over de fiscale gevolgen. Hierbij kan gedacht worden aan het recht op aftrek van inkoop-btw, maar ook aan energiebelasting. Indien met behulp van zonnepanelen elektriciteit wordt opgewekt en geleverd, kan dit namelijk leiden tot een belastingplicht voor de energiebelasting. Wij raden gemeenten daarom aan om bij het plaatsen van zonnepanelen na te gaan wat de eventuele (fiscale) gevolgen daarvan zijn.  In dit nieuwsbericht beschrijven wij op hoofdlijnen wanneer een gemeente belastingplichtig is voor de energiebelasting.
[Lees verder...]

Doorontwikkeld Horizontaal Toezicht en relevantie voor gemeenten

Het Horizontaal Toezicht is in 2020 in een nieuw jasje gestoken: het Doorontwikkeld Horizontaal Toezicht (DHT). Het oude model bestond al sinds de vroege jaren 2000 en bleek uiteindelijk niet optimaal werkbaar. Vanuit diverse organisaties en de Belastingdienst ontstond de wens om het coöperatieve compliance-programma een upgrade te geven. In het DHT wordt, via een aantal criteria, “selectie aan de poort” toegepast. Drie pijlers zijn daarin belangrijk: een fiscale strategie, het inzicht in fiscale risico’s, en de beheersing hiervan door de organisatie via onder andere monitoring en testing. Deze drie pijlers komen samen in een Tax Control Framework (TCF) waarvan de werking voorheen niet werd getoetst. Tegenwoordig moet het TCF ook aantoonbaar werken. Aanvullend dienen organisaties, voor het deelnemen aan het DHT, een fiscale ‘self-assessment’ inclusief fiscale risicoanalyse aan de Belastingdienst te overleggen. Deze self-assessment vervangt de huidige compliance-verkenning. Met andere woorden: moderne fiscale beheersing wordt extra belangrijk. Wanneer een organisatie aan de toelatingseisen en geschiktheidscriteria voldoet voor het DHT zoals gesteld door de Belastingdienst, kan een nieuw individueel convenant overeengekomen worden. De looptijd van deze nieuwe individuele convenanten wordt vastgesteld op 3 jaar, waarna een evaluatie plaatsvindt. Organisaties die op dit moment een horizontaal toezicht convenant (onder het oude programma) hebben gesloten met de Belastingdienst, krijgen ook te maken met een 3-jaars periode. Vanaf 1 januari 2020 wordt namelijk een herevaluatie van het huidige convenant gestart waarbij, mits voldaan aan de toelatings- en geschiktheidscriteria, een nieuw individueel convenant kan worden overeengekomen.  In andere gevallen kan mogelijk aangesloten worden bij een fiscaal dienstverlenersconvenant, waarover bijvoorbeeld PwC beschikt. Voor de 30 grootste en meest complexe organisaties in de publieke sector komt het convenant als instrument zelfs te vervallen. De Belastingdienst ontwikkelt voor deze groep een individueel toezichtplan. Op deze manier wordt tussen verschillende organisatie gedifferentieerd, zodat de inrichting van het toezicht binnen DHT hierop kan worden aangepast. Het belang van een werkend Tax Control Framework Met de implementatie van een TCF geven organisaties invulling aan het doorontwikkeld horizontaal toezicht. Het hebben van een TCF is door de jaren heen steeds belangrijker geworden. Niet alleen uit operationeel perspectief (minder risico’s op een onjuiste fiscale behandeling), ook maatschappelijk wordt hedendaags een strakkere discipline rondom fiscaliteit gevraagd. Met een goed werkend TCF bent u beter ‘in control’ wat betreft uw fiscale positie. Het draagt bij aan daling van de administratieve- en compliance kosten van uw organisatie en vermindert het risico op fiscale fouten. Door regelmatige monitoring en testing blijft uw TCF goed werkend en actueel. Overigens zijn wij van mening dat iedere organisatie reeds een TCF heeft, maar dat het TCF vaak ‘informeel’ (lees: niet als dusdanig herkend en niet gedocumenteerd) is. U dient immers fiscale aangiften in en werkt bijvoorbeeld periodiek de werkkostenregeling (WKR) voor uw organisatie uit, maar deze processen zijn vaak nog niet gedocumenteerd. Ook voor gemeenten is het TCF een belangrijk onderdeel. Denk bijvoorbeeld aan de inhuur van derden, of het beoordelen van de juiste btw-behandeling van transacties binnen uw organisatie. Ook de WKR kan voor de nodige uitdagingen zorgen in uw huidige interne beheersing. Ook binnen het fiscale domein van uw organisatie is er veel mogelijk. Denk aan continue geautomatiseerde checks op uw (btw)boekingen, digitaal documentenbeheer, of intelligente dashboarding. De mogelijkheden zijn eindeloos om de fiscale beheersing efficiënter en effectiever te maken. Hoe gaat u daar mee om? U kunt bij ons terecht voor een vrijblijvend gesprek over deze ontwikkelingen. Daarnaast begeleiden we u graag bij deze transformatie in uw fiscale beheersing, zoals op het gebied van doorontwikkeld horizontaal toezicht. Neem gerust contact op met uw PwC contactpersoon of Theo Esselbrugge (06 23 05 84 66 of theo.esselbrugge@pwc.com) voor meer informatie.
[Lees verder...]

PwC’s VTO voor gemeente-fiscalisten in het teken van de btw-behandeling van 'Afval'

PwC gaat in de maanden augustus, september en oktober weer VTO’s voor gemeente-fiscalisten organiseren. Bij deze VTO’s willen we graag bijzondere aandacht besteden aan de btw-behandeling van ‘Afval’. Op dit moment een actueel thema waar we op verzoek van de deelnemers van de VTO’s in juni extra aandacht aan besteden.
[Lees verder...]

Welkom


Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten omvat een uitgebreide databank met informatie op het gebied van zowel de btw, het BTW-compensatiefonds, vennootschapsbelasting en loonheffingen. Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten is specifiek gericht op fiscale zaken die spelen bij publiekrechtelijke lichamen. Met het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten bent u dan ook altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op fiscaal gebied.

Naast de omvangrijke databank treft u vele praktijkvoorbeelden, voorbeeldbrieven en digitale tools aan waardoor u en/of uw medewerkers tijd kan besparen bij het beantwoorden van fiscale vragen. Daarnaast vergroot u de fiscale bewustwording binnen uw organisatie waardoor fiscale aspecten eerder worden gesignaleerd. Tevens kan het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dienen als educatiemiddel.

Met één abonnement kunnen tien medewerkers van de gemeente tegen een scherp geprijsd tarief gebruikmaken van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten. Mocht u geïnteresseerd zijn in het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dan kunnen wij uw organisatie vrijblijvend informeren over de mogelijkheden en de inhoud van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten: Contact.

Uitgelicht


Geen verzuimboete bij HT, wel belastingrente bij ‘spiegelbeeldfout’ (gerechtshof Den Haag)

Als inkoop-btw ten onrechte is verrekend via de btw-aangifte is hierover belastingrente verschuldigd. Wanneer deze inkoop-btw wel compensabel is via het BCF wordt hierover anderzijds echter geen belastingrente vergoed. Alhoewel de zogenoemde “spiegelbeeldfout” dus niet leidt tot belastinginkomsten voor het Rijk, leidt het wel tot inkomsten van belastingrente. Hiertegen is een procedure gevoerd, waarbij de gemeente 4 gronden aandraagt. De wetgever heeft dit bewust zo gewild, zo oordeelde rechtbank Den Haag o.a. op 24 december 2019. Zij stelt de gemeente dan ook in het ongelijk. De rechtbank geeft de gemeente wel gelijk in – haar laatste stelling – dat zij dubbel wordt ‘bestraft’ doordat zowel rente wordt geheven als een boete wordt opgelegd. De rechtbank geeft aan dat het opleggen van een boete geen verplichting is, maar een bevoegdheid van de inspecteur. Deze moet alle belangen afwegen voordat zij overgaat tot het opleggen van een boete. Dit is niet redelijk als de gemeente een convenant Horizontaal Toezicht met de Belastingdienst is overeengekomen en rente wordt geheven, aldus de rechtbank. Zowel belanghebbende als de Belastingdienst hebben vervolgens hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Den Haag laat de uitspraak van de rechtbank echter in stand. Het gerechtshof is met belanghebbende eens dat de wet- en regelgeving rondom belastingrente onredelijk uitpakt. Deze is wel overeenkomstig de letterlijke tekst van de wettelijke bepalingen en conform de bedoeling van de wetgever vastgesteld. Dez problematiek kan dan ook alleen bij de wetgever worden aangekaart. Verder bevestigt het gerechtshof de visie dat de opgelegde boete niet gepast is. In de onderhavige zaak moest de gemeente meer rente betalen dan wordt vergoed. Om het ‘sparen met belastingrente’ bij de Belastingdienst zo onaantrekkelijk mogelijk te maken, begint de termijn waarover belastingrente wordt vergoed voor nog te verrekenen btw later dan de termijn waarover belastingrente verschuldigd wordt bij nog (terug) te betalen btw. Het rente-nadeel kan bij spiegelbeeldfouten behoorlijk oplopen. Om die reden adviseert PwC Fiscaal Portaal Gemeenten om periodiek de btw-labeling van de kostenplaatsen van uw gemeente te controleren én een steekproef uit te voeren. Onze abonnees kunnen daarbij gebruik maken van de modellabeling die wij jaarlijks publiceren en periodiek bijwerken op deze website. Wanneer uw voorkeur uitgaat naar een automatische integrale controle van de btw-labeling van uw gemeente, kunt u gebruik maken van PwC’s Smart Label Tool. Voor het uitvoeren van een steekproefcontrole is PwC's Steekproeftool al vele malen ingezet. Voor meer informatie over de Smart Label Tool verwijzen wij naar onze flyer.De zaak waarin de rechtbank Den Haag op 24 december 2019 en gerechtshof Den Haag op 15 oktober 2020 uitspraak hebben gedaan betreft een gemeente waaraan de Belastingdienst diverse naheffingsaanslagen omzetbelasting heeft opgelegd. Deze aanslagen hebben gedeeltelijk betrekking op btw die door de belanghebbende gemeente in aftrek is gebracht via haar btw-aangiften, maar eigenlijk in aanmerking had moeten worden genomen voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. De gecorrigeerde bedragen zijn niet in geschil, wel in geschil is of de belastingrente terecht en tot de juiste bedragen in rekening is gebracht en of een boete mocht worden opgelegd. Geschil over de rente Ten aanzien van de rente stelt de gemeente zich primair op het standpunt dat deze zou moeten worden berekend over het saldo van het te betalen btw-bedrag. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Uit de wettelijke bepalingen volgt immers dat de belastingrente bij spiegelbeeldcorrecties wordt berekend over twee verschillende tijdvakken. Verder beroept de gemeente zich o.a. op het beleid van de Belastingdienst, waarbij de verschuldigde belastingrente wordt verminderd als de Belastingdienst reeds over het geld kan beschikken. Dit beroep slaagt niet. De rechtbank overweegt dat het BCF geen belasting is maar een compensatie-regeling die wordt uitgevoerd door de Belastingdienst. Het beleid waarop belanghebbende zicht beroept ziet enkel op de situatie dat het geld als ‘btw’ bij de Belastingdienst is. Belastingrente dient om het gemis van inkomsten bij belastingplichtigen of de Belastingdienst, wegens het ten onrechte niet kunnen beschikken over geldelijke middelen te vergoeden. In het verleden werd hier door belastingplichtigen veelvuldig gebruik van gemaakt. Voor de btw geldt namelijk een rente van 4%. Door te ‘sparen bij de Belastingdienst’ werd over het geld in veel gevallen aanzienlijk meer rente vergoed, dan wanneer het geld op een gemiddelde bankrekening had gestaan. Om dit te voorkomen gelden er verschillende termijnen bij correcties die zien op nog te betalen btw en nog terug te krijgen btw. Daardoor kan een correctie die aanvoelt als een ‘vestzak-broekzaksituatie’ toch financiële gevolgen hebben. De rente op de aan de Belastingdienst terug te betalen bedragen is namelijk hoger, omdat de rentetermijn al begint te lopen vanaf het moment dat het bedrag verschuldigd is, te weten de eerste dag (1 januari) volgende op het betreffende jaar (ex. artikel 30h AWR). Dit terwijl de rentetermijn voor een teruggave pas begint te lopen acht weken nadat een teruggaveverzoek wordt ingediend (ex. artikel 30ha AWR). Mede om deze reden wordt nog weleens aan de Belastingdienst vaak verzocht om bedragen bij spiegelbeeldcorrecties met elkaar te verrekenen. De Belastingdienst kan daar op grond van de wettelijke bepalingen echter niet mee instemmen. Boete In het laatste punt dat de gemeente aandraagt krijgt ze wel gelijk: de boete. Doordat de gemeente suppletieaangiften heeft gedaan, kan een zgn. verzuimboete worden opgelegd. De Algemene Wet inzake Rijksbelastingen en het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst geeft hierbij de spelregels aan. Zo wordt bij een suppletieaangifte een boete opgelegd van 5 procent met een maximum van € 4.920 (jaren 2013 en 2014; in 2020 is deze € 5.278). Het opleggen van een verzuimboete is echter geen verplichting maar is aan de inspecteur (‘discretionaire bevoegdheid’). Voordat deze overgaat tot het opleggen van een boete moet hij alle belangen afwegen. De gemeente is met de Belastingdienst een convenant Horizontaal Toezicht aangegaan, wat mede heeft geleid tot de suppletieaangiften. Dit Horizontaal Toezicht heeft namelijk onder andere als doel om tot correcte en tijdige aangiften omzetbelasting te komen. Verder is de berekening van belastingrente bedoeld als prikkel tot het tijdig en correct voldoen aan de fiscale verplichtingen. Omdat zowel het Horizontaal Toezicht als het in rekening brengen van belastingrente gericht is op inscherping van de fiscale verplichtingen heeft de inspecteur bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet tot de beslissing kunnen komen om bij de naheffingsaanslagen ook verzuimboeten op te leggen, aldus het Gerechtshof. De boetebeschikkingen voor de tijdvakken 2013 en 2014 moeten vernietigd Belang voor de praktijk: 1) geen boete bij suppletie-aangifte Wanneer een suppletie-aangifte met een te betalen bedrag aan (ondernemers) btw wordt ingediend, legt de Belastingdienst in de regel een verzuimboete op. Dit is volgens de rechters niet mogelijk wanneer een convenant Horizontaal Toezicht is afgesloten en er al rente wordt berekend. Ook als er geen convenant is afgesloten zal de Belastingdienst alle belangen moeten afwegen voordat zij een boete oplegt. Belang voor de praktijk: 2) suppletie afval Veel gemeenten hebben dit najaar suppleties ingediend in verband met het standpunt van de Belastingdienst over de Nedvang-bijdrage. In dat geval was de situatie andersom. Er is ten onrechte btw gecompenseerd via het BTW-compensatiefonds die nog wel voor aftrek in aanmerking komt via de btw-aangifte. Ook in deze omgekeerde situatie kan ook een aanzienlijk rente-nadeel ontstaan. Wij hebben begrepen dat met betrekking tot dit onderwerp gerechtelijke procedures worden opgestart, maar achten die procedures mede gezien de onderhavige uitspraak vooralsnog niet kansrijk. In dit artikel geven wij ons advies om het rente-nadeel in deze specifieke situatie te beperken door een rentevergoeding te vragen over de van de Belastingdienst via de btw-aangifte terug te vragen btw. Meer informatie Onderdeel 1 van het thema naslagwerken betreft het handboek BCF. In hoofdstuk 5 vindt u meer informatie over de formele aspecten van het BTW-compensatiefonds.

PwC’s VTO voor gemeente-fiscalisten in het teken van de btw-behandeling van 'Afval'

PwC gaat in de maanden augustus, september en oktober weer VTO’s voor gemeente-fiscalisten organiseren. Bij deze VTO’s willen we graag bijzondere aandacht besteden aan de btw-behandeling van ‘Afval’. Op dit moment een actueel thema waar we op verzoek van de deelnemers van de VTO’s in juni extra aandacht aan besteden.De Belastingdienst heeft in juli een brief verzonden aan gemeenten over de (centrale) afhandeling van de inkoop-btw bij gescheiden inzameling van huishoudelijk afval en de registratie hiervan. Hierbij is van belang dat het ophalen van huishoudelijk afval een overheidstaak is, terwijl het gescheiden inzamelen en de registratie daarvan een ondernemerstaak is. Het staat de gemeenten vrij om een berekening op te stellen, al dan niet samen met de afvalverwerker. In de praktijk hebben we, als PwC, veel berekeningen voorbij zien komen en akkoorden van de Belastingdienst. Mogelijk is dit onderwerp ook interessant voor uw gemeente. U kunt zich nog aanmelden voor dit VTO (in Zwolle, Eindhoven of Amsterdam). Het belooft een interessante sessie te worden waarin de door deelnemers gekozen verwerking van de inkoop-btw wordt besproken en we uiteraard uitgebreid stilstaan bij de bijzonderheden en/of discussies die daarbij aan bod komen. Naast het VTO over afval zal ook een regulier VTO worden georganiseerd. In dit VTO zal de recent gewezen rechtspraak, nieuwe wetgeving en nieuwe besluiten grondig worden doorgenomen. Elk VTO telt mee voor PE-punten (NOB/RB). Een eerste deelname aan het VTO is altijd gratis. De data van de VTO’s zijn als volgt:   Zwolle: VTO Afval: woensdag 26 augustus 2020 Regulier VTO: woensdag 30 september Eindhoven: VTO Afval: dinsdag 1 september 2020 Regulier VTO: maandag 5 oktober 2020 Amsterdam: VTO Afval: donderdag 17 september 2020 Regulier VTO: donderdag 1 oktober 2020 Ieder VTO vindt plaats van 13:00-15:00 uur. Heeft u zich nog niet aangemeld en wilt u graag deelnemen aan het VTO voor gemeente fiscalisten? Of wenst u meer informatie? Dan kunt u contact opnemen met: Dieks Boswinkel, dieks.boswinkel@pwc.com, 06 1357 6293 Remko Hagedoorn, remko.hagedoorn@pwc.com, 06 2025 8712 Jelke Rouwhorst, jelke.rouwhorst@pwc.com, 06 2323 0854 Rutger Kosterink, rutger.kosterink@pwc.com, 06 8326 7396

Btw op re-integratietrajecten: 100% BCF (Hoge Raad 10 juli 2020)

De Hoge Raad oordeelt dat recht op een BCF-bijdrage bestaat voor de btw op de kosten van re-integratiediensten. De gemeente maakt deze kosten ter uitvoering van de aan haar opgedragen taak (uitvoering Wet werk en bijstand, nu de Participatiewet). Alhoewel de diensten feitelijk door een individuele derde (de uitkeringsgerechtigde) worden gebruikt, komen de ingekochte diensten nog steeds ten goede aan de gemeente ter uitvoering van haar taak. De uitsluiting op een BCF-bijdrage is volgens de Hoge Raad niet aan de orde indien de derde (uitkeringsgerechtigde) volgens de wet verplicht is om gebruik te maken van de door de gemeente aangeboden goederen of diensten en de gemeente aan een weigering daaraan mee te werken negatieve gevolgen voor die individuele derde kan verbinden. In die situatie moet namelijk worden aangenomen dat de gemeente de inkopen heeft gedaan in eigen - dan wel collectief belang.Met het arrest van de Hoge Raad komt een einde aan een langlopende procedure. Nu de BCF-beschikkingen over het jaar 2019 zijn ontvangen en hiertegen nog de 6-weekstermijn openstaat, kan de Belastingdienst vele bezwaren BCF 2019 verwachten. Ook voor de jaren 2015 – 2018 vinden wij het verdedigbaar dat aanvullende btw via het BCF geclaimd kan worden (zie hierna). Re-integratietrajecten De Hoge Raad geeft aan dat de btw op de kosten van re-integratie compensabel is. De Staatssecretaris van Financiën betoogde dat de uitsluiting (art. 4.1.a BCF) van toepassing is omdat het feitelijke gebruik of verbruik aan een individuele derde ten goede is gekomen, ongeacht waarom de gemeente de verstrekking doet. Dit standpunt is niet in alle gevallen juist, zo geeft de Hoge Raad aan. Volgens de Hoge Raad kan er overigens wel een uitsluiting van de BCF-bijdrage zijn bij de gemeentelijke uitvoering van een opgedragen taak. Dit als de gemeente de goederen/diensten heeft ingekocht “in overheersende mate” omwille van het individuele belang van de derde. (Met name over de uitleg van dit punt kan in de toekomst nog discussie worden verwacht met de Belastingdienst.) In dat geval is de derde aan te merken als eindverbruiker en vervult de gemeente slechts de rol van intermediair – een situatie waarop de uitsluiting van BCF-bijdrage is gericht. Er is nu helder geworden dat de BCF-uitsluiting niet aan de orde is “indien die derden volgens de wet verplicht zijn om van de door de compensatiegerechtigde aangeboden goederen of diensten gebruik te maken en de compensatiegerechtigde aan een weigering daaraan mee te werken negatieve gevolgen voor die individuele derden kan verbinden. Onder die omstandigheden moet worden aangenomen dat de compensatiegerechtigde de goederen en de diensten heeft aangeschaft in verband met het belang van zijn eigen organisatie en bestuur dan wel het collectieve belang. De compensatiegerechtigde zelf is dan de eindverbruiker van de goederen of de diensten. Deze uitleg strookt met de bedoeling van de wetgever om compensatie met name uit te sluiten in gevallen waarin de compensatiegerechtigde in plaats van financiële ondersteuning of een sociale uitkering, diensten verleent of goederen verstrekt of ter beschikking stelt aan een derde.” Alle btw op re-integratietrajecten compensabel? Ter bepaling welk deel van de btw op re-integratietrajecten compensabel is heeft de Belastingdienst tot 2017 het zogenoemde model Haaglanden toegepast. Vanaf het jaar 2017 is een ander model gekozen. Sindsdien stelt de Belastingdienst dat alle btw op re-integratietrajecten compensabel is, met uitzondering van: (Sollicitatie)trainingen Scholing Individuele begeleiding (inclusief coaching). De btw op de toerekenbare kosten op de componenten intake en rapportage met betrekking tot de individuele begeleiding (inclusief coaching) is niet uitgesloten van compensatie Kinderopvang Opleidingen/scholing/Examenkosten (hieronder vallen ook stages die in het kader van dergelijke opleiding worden genoten) Reis- en fietskosten (Sport) abonnementen (Psychologische) therapie Met het arrest van de Hoge Raad kan niet direct gesteld worden dat deze behandelwijze van de Belastingdienst geheel onjuist is. Voor ieder soort moet worden bezien of  er voor de uitkeringsgerechtigde de verplichting bestaat om de verstrekking aan te nemen (en de gemeente aan het niet willen afnemen eventueel negatieve gevolgen kan verbinden; korten op uitkering e.d.). Wij adviseren met name voor deze rubrieken – die enkel nog in geding zijn – te bepalen of de verplichting tot afname door de uitkeringsgerechtigde bestaat. Denkbaar is dat dit niet het geval is voor een (sport)abonnement, reis- en fietskosten, kinderopvang e.d. Outplacementkosten Bij de rechtszaak was tevens in geding of de btw op de kosten van outplacementkosten is uitgesloten van BCF-bijdrage. Ook hiervoor oordeelt de Hoge Raad dat een uitsluiting niet aan de orde is. Dit weer  door de verplichting die bestaat bij de derde (een oud-wethouder) om mee te werken aan de outplacement. Gevolgen verder dan enkel re-integratie/outplacement Het arrest van de Hoge Raad kent niet alleen gevolgen voor de btw op de kosten van re-integratietrajecten en outplacementkosten, maar ook voor de btw op andere kosten die de gemeente maakt ter uitvoering van haar overheidstaak. Met name denken we hierbij aan andere activiteiten op het gebied van het sociaal domein. Bezwaar BCF 2019 De BCF-beschikking over het jaar 2019 is onlangs ontvangen. Hiertegen staat de “6-weeks-bezwaartermijn” nog open. Wij adviseren om bezwaar te maken tegen deze beschikking om een aanvullende BCF-bijdrage te krijgen. Uiteraard alleen indien en voor zover nog niet alle compensabele btw is geclaimd. En nog geen definitieve afspraken met de Belastingdienst zijn gemaakt. BCF 2015 – 2018: verzoek om nieuwe beschikking (“9.4-beschikking”) Ook voor de jaren 2015 tot en met 2018 kan een aanvullende BCF-bijdrage worden behaald. Daarvoor dient te worden verzocht om nieuwe beschikkingen over deze jaren. Uiteraard ook weer alleen indien en voor zover nog niet alle compensabele btw is geclaimd, eventueel ingediende bezwaren zijn afgehandeld en/of nog geen definitieve afspraken met de Belastingdienst zijn gemaakt. Het verzoek kan de Belastingdienst niet inwilligen met de stelling dat rechtspraak geen terugwerkende kracht heeft. Wij zijn niet overtuigd van de juistheid van deze stelling bij de toepassing van het BCF (een financieringswet). Wel dient hiermee rekening te worden gehouden. Ook kan bij het verzoek gebruik worden gemaakt van PwC’s gouden euro-theorie (zie ook ons eerdere nieuwsbericht over dit onderwerp). PwC's gouden euro-theorie Een gemeente heeft de mogelijkheid om uiterlijk 5 jaren na het betreffende kalenderjaar te verzoeken om een nieuwe beschikking BCF uit te reiken. Tegen deze nieuwe beschikking staat bezwaar en beroep open. Een nieuwe beschikking kan aangevraagd worden als blijkt dat in een bepaald jaar te weinig of te veel btw is geclaimd uit het BCF. Wij raden aan om in het verzoek om een nieuwe beschikking, naast de niet geclaimde btw op re-integratietrajecten, in ieder geval één Euro mee te nemen waarvan zeker is dat deze ten onrechte (niet) bij het BCF is geclaimd. Voor deze “gouden euro” moet de inspecteur een nieuwe beschikking uitreiken waartegen bezwaar en beroep openstaat. Naast deze zekere Euro kan verzocht worden om een aanvullende bijdrage uit het BCF voor niet geclaimde btw op re-integratietrajecten. Als de inspecteur het aanvullende verzoek voor de btw op re-integratietrajecten afwijst moet hij namelijk wel een nieuwe beschikking uitreiken voor de zekere Euro. Tegen deze nieuwe beschikking kan bezwaar en beroep worden ingesteld waarmee de aanvullende teruggaaf voor de btw op re-integratietrajecten kan worden geclaimd. Het arrest kunt u vinden via deze link:  https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2020:1273&showbutton=true&keyword=BTW   Publicatiedatum: 10 juli 2020

Rentevergoeding bij te veel betaalde – of te weinig geclaimde ondernemers-btw (Rechtbank Noord-Nederland)

Als te veel btw is voldaan via de btw-aangifte dient rente vergoed te worden, zo oordeelt Rechtbank Noord-Nederland. Dit geldt ook indien het aan de belastingplichtige te wijten is dat zij eerder te veel btw via de btw-aangifte heeft voldaan of niet heeft verrekend. Dit over de periode gerekend vanaf de datum van de onterechte betaling van de btw en de datum van terugbetaling door de Belastingdienst en tegen een rentetarief van (minimaal) 4%. Dit “sparen bij de Belastingdienst” vond de wetgever ongewenst, waardoor zij enige jaren geleden de wet heeft gewijzigd. Deze wetswijziging is in bepaalde gevallen onvoldoende geweest dan wel – voor de btw – niet mogelijk bezien vanuit het EU-recht. Wij verwachten dat de Belastingdienst de zaak gaat voorleggen aan het Gerechtshof. Heeft uw gemeente onlangs een (hoge) btw-teruggave gehad of verwacht zij deze, dan adviseren wij dat een verzoek wordt ingediend voor de invorderingsrente.Achtergrond Per 1 januari 2013 zijn de regels over het vergoeden van rente ingrijpend gewijzigd. Sindsdien bestaat “belastingrente” en “invorderingsrente”. De onderhavige zaak ging over invorderingsrente. Deze rente kan zowel verschuldigd zijn (bij te late betaling van een aanslag) als vergoed worden (bij te late uitbetaling van een beschikking). Daarnaast wordt – sinds 2015 – invorderingsrente vergoed als “in strijd met het EU recht” belasting is geheven. Over dit soort invorderingsrente gaat de onderhavige rechtszaak. Uitspraak Rechtbank Noord-Nederland geeft een ruime uitleg aan de verplichting van de Belastingdienst om rente te vergoeden. Volgens de Rechtbank is een beroep op “in strijd met het EU-recht” betaalde btw (of niet teruggevorderde btw) ook mogelijk als de teruggaaf niet voortkomt uit een inhoudelijk geschil met de Belastingdienst, maar uit het op een later moment herstellen van een omissie van de belastingplichtige zelf. De Rechtbank uitspraak biedt belastingplichtigen als gemeenten de mogelijkheid om rente terug te vragen op het moment dat zij: - ten onrechte te veel btw hebben betaald via de aangifte; - ten onrechte te weinig btw hebben geclaimd via de btw-aangifte. Nedvang-bijdrage Bij dit laatste valt te denken aan de situatie dat ten onrechte btw is gecompenseerd via het BTW-compensatiefonds die nog wel voor aftrek in aanmerking komt via de btw-aangifte. Met name bij de correctie van de inkoop-btw die toerekenbaar is aan de ‘Nedvang bijdrage voor Afval’ kan dit het rentenadeel beperken dat ontstaat vanwege de rente op de terugbetaling van de gecompenseerde btw. Vaak geen volledige rentevergoeding bij teruggaven Het Nederlandse rente-systeem bij belastingen is zo ingericht dat in de meeste gevallen wel belastingrente verschuldigd is bij te late betalingen van belastingen, maar geen belastingrente vergoed wordt bij latere teruggaven van belasting of maar voor een deel van de tijd. Dit laatste is niet altijd toegestaan als de teruggaaf berust op een uitlegging van Europees recht, omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat het Europeesrechtelijke doeltreffendheidsbeginsel en fiscale neutraliteit vereisen dat de belastingplichtige wordt gecompenseerd voor de tijd dat hij het ten onrechte betaalde bedrag aan belasting niet onder zich heeft gehad. Het Europees recht is onder meer van toepassing bij btw, accijnzen en bepaalde aspecten van de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting. Rente bij belastingen geheven in strijd met Unierecht Voor dergelijke gevallen is daarom vanaf 1 januari 2015 een speciale vorm van invorderingsrente (hierna: “28c-invorderingsrente”) in het leven geroepen. Als belasting in strijd met het Unierecht is geheven, moet invorderingsrente vergoed worden over de periode vanaf betaling van de belasting tot teruggaaf van de belasting (minus de periodes waarvoor eventueel al belastingrente of andere rente vergoed is). In de praktijk bestaat bij 28c-invorderingsrente met name discussie over het vereiste van ‘in strijd met het EU recht’. De Belastingdienst neemt doorgaans het standpunt in dat hiervan alleen sprake is als belasting is geheven door een expliciete standpuntbepaling van de Belastingdienst (bijvoorbeeld individueel of in beleid) die achteraf gezien onjuist blijkt te zijn door bijvoorbeeld nieuwe jurisprudentie. 28c-invorderingsrente zou dan niet van toepassing zijn als een belastingplichtige achteraf een eigen fout corrigeert, bijvoorbeeld omdat ten onrechte btw is aangegeven of niet is teruggevraagd. Rb: Rentevergoeding bij ten onrechte afgedragen maar later gecorrigeerde btw In de procedure bij Rechtbank Noord-Nederland had de belastingplichtige per abuis in Nederland btw voldaan over zogenoemde afstandsverkopen, terwijl later bleek dat die btw in een ander land verschuldigd was. Toen dit duidelijk werd, heeft de belastingplichtige deze btw in het andere land voldaan (en daarover rente moeten betalen) en de btw in Nederland teruggevraagd. De Rechtbank oordeelt dat ook in een dergelijk geval van een vergissing sprake is van ‘in strijd met het Unierecht’ geheven belasting en dat de Belastingdienst 28c-invorderingsrente moet vergoeden over de relevante periode. De reden van het ten onrechte heffen van belasting doet volgens de Rechtbank niet ter zake. De fiscale neutraliteit verlangt dat enkel ‘neutraal’ moet worden bepaald of belasting al dan niet ten onrechte is geheven. De Rechtbank komt dus tot een ruime uitleg van het begrip ‘in strijd met het Unierecht’. Dit leidt voor de belastingplichtige tot een aanzienlijk extra te ontvangen bedrag (8% van de terugontvangen btw). Wat kunt u doen? Het is nog onzeker of de Belastingdienst in beroep gaat tegen het oordeel van de Rechtbank. Het kan zijn dat een hogere rechter uiteindelijk een minder ruime uitleg voorstaat. Wij kunnen de neutrale aanpak van de rechtbank echter goed volgen. In onze visie doet deze benadering recht aan de doelstelling die de Europese rechter heeft gehad in zijn uitspraken over rentevergoedingen en aan de doelstelling van rentevergoedingen in het algemeen. Als u recentelijk een (aanzienlijke) teruggaaf btw, accijnzen of een andere belastingteruggaaf die samenhangt met het Europese recht heeft ontvangen en geen rente vergoed heeft gekregen voor de volledige periode waarin u niet over het geld heeft kunnen beschikken, raden wij u aan een verzoek bij de Ontvanger van de Belastingdienst in te dienen om 28c-invorderingsrente vergoed te krijgen. U kunt dit formeel doen tot 6 weken na de dagtekening van de teruggaafbeschikking. Wij kunnen u assisteren om te bepalen of een dergelijk verzoek voor u zinvol is en het verzoek voor u indienen.  

Wilt u op de hoogte blijven van het laatste binnenlands bestuur nieuws?

Meld u aan voor de nieuwsbrief

Contact


Dieks Boswinkel

06 - 13 57 62 93

dieks.boswinkel@pwc.com

Jarno Sloot

06 - 20 62 26 33

jarno.sloot@pwc.com

Jelke Rouwhorst

06 - 23 23 08 54

jelke.rouwhorst@pwc.com