Altijd en overal toegang tot een schat aan informatie.

Vergroot de fiscale kennis binnen uw gemeente

Actueel


Wederom geen uitspraak over btw-belastbaarheid gemeentelijke opbrengsten parkeren openbare weg (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden)

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in een zaak aangaande een naheffingsaanslag inzake parkeerbelasting van de gemeente Arnhem in lijn met de Hoge Raad, waardoor belanghebbende ongelijk krijgt.
[Lees verder...]

SPUK; antwoorden op Kamervragen

Naar aanleiding van het Belastingplan 2019 is in de Nota naar aanleiding van het verslag gepubliceerd. In deze nota zijn nadere toelichtingen gegeven op de SPUK-aanvraag. Door middel van dit nieuwsbericht brengen wij u hiervan nader op de hoogte.
[Lees verder...]

Uiterste datum indienen SPUK-aanvraag opgeschoven naar 30 april 2019

De uiterste datum van de SPUK-aanvraag was 30 november 2018. Deze datum is echter opgeschoven naar 30 april 2019. 
[Lees verder...]

Schoolmodellen: het doek valt (HR 19 oktober 2018)

Gemeenten kunnen de inkoop-btw op de realisatie van schoolgebouwen niet verrekenen, ook niet als zij deze tegen een koopsom overdragen aan een onderwijsinstelling. Met dit oordeel heeft de Hoge Raad de rechtszaken van de gemeente Barendrecht en de gemeente Brielle beslecht. Het behalen van een btw-voordeel door gebruik te maken van een schoolmodel lijkt hierdoor niet langer mogelijk.
[Lees verder...]

Welkom


Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten omvat een uitgebreide databank met informatie op het gebied van zowel de btw, het BTW-compensatiefonds, vennootschapsbelasting en loonheffingen. Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten is specifiek gericht op fiscale zaken die spelen bij publiekrechtelijke lichamen. Met het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten bent u dan ook altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op fiscaal gebied.

Naast de omvangrijke databank treft u vele praktijkvoorbeelden, voorbeeldbrieven en digitale tools aan waardoor u en/of uw medewerkers tijd kan besparen bij het beantwoorden van fiscale vragen. Daarnaast vergroot u de fiscale bewustwording binnen uw organisatie waardoor fiscale aspecten eerder worden gesignaleerd. Tevens kan het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dienen als educatiemiddel.

Met één abonnement kunnen tien medewerkers van de gemeente tegen een scherp geprijsd tarief gebruikmaken van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten. Mocht u geïnteresseerd zijn in het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dan kunnen wij uw organisatie vrijblijvend informeren over de mogelijkheden en de inhoud van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten: Contact.

Uitgelicht


Tips & tricks bij de SPUK-aanvraag

Vanaf maandag 15 oktober 2018 is het voor gemeenten mogelijk om de SPUK-aanvraag in te dienen. Als bijlage bij dit bericht treft u een voorbeeldformulier aan. In dit nieuwsbericht geven wij u “tips & tricks” om een goede aanvraag in te kunnen dienen. We baseren ons hierbij op de vragen en antwoorden die door DUS-I zijn gepubliceerd, de documentatie over het verantwoorden van kosten die door DUS-I is gepubliceerd en de standpunten die door PwC worden ingenomen.Naar aanleiding van de door DUS-I gepubliceerde vragen en antwoorden zijn de voornaamste punten als volgt: de begroting zoals die door gemeenten worden ingevuld is exclusief btw. Het aanvraagformulier moet echter inclusief btw worden ingevuld; de uitkering kan in principe niet hoger worden dan het bedrag dat is ingevuld in het aanvraagformulier; en alle aan sport gerelateerde uitgaven komen in aanmerking voor een uitkering. Hierna treft u de antwoorden op deze vragen aan, met aanvullende toelichting en aandachtspunten vanuit het team van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten. Als de begroting exclusief btw wordt opgesteld, dan zal op het aanvraagformulier de begrote bedragen inclusief btw moeten worden ingevuld. De uitkering wordt vervolgens bepaald op 17,5% van de ingediende begroting. Als bijlage bij de SPUK-aanvraag (hierna: aanvraag) voor gemeenten moet de begroting worden meegezonden. Hoewel dit niet expliciet in de regeling wordt benoemd is PwC Fiscaal Portaal Gemeenten van mening dat dit de begroting moet zijn die moet worden goedgekeurd door de gemeenteraad. Dit leiden wij onder meer af uit de toelichting op de regeling. Zo wordt in de toelichting vermeldt dat de volgorde van binnenkomst van de aanvragen niet van belang is. Dit om gemeenten waarbij de behandeling van de begroting door de gemeenteraad pas op een later moment geagendeerd is niet te benadelen. In het aanvraagformulier zullen de begrote kosten nader moeten worden gespecificeerd, zie ook hierna onder 3. We hebben van onze gemeentelijke cliënten vernomen dat het voor komt dat kosten die gerelateerd zijn aan de sport verspreid over meerdere taakvelden worden geboekt. Het is dus van belang om voorafgaand aan het indienen van de aanvraag na te gaan op welke taakvelden de sport gerelateerde kosten worden verantwoord. Al deze kosten moeten worden mee genomen in de aanvraag. Op dit moment is nog niet duidelijk of een ingediende aanvraag hersteld kan worden als dit herstel voor 1 december 2018 gebeurt. Later is dit in ieder geval niet meer mogelijk. Slechts wanneer blijkt dat nog budget resteert, van de beschikbare € 152.000.000, kan het restant worden verdeeld over de gemeenten waar is gebleken dat de uitgaven hoger zijn dan in de aanvraag was meegenomen. Indien de gemeentelijke aanvragen het bedrag van € 152.000.000 overstijgt zal het beschikbare bedrag naar rato van de aanvragen worden uitgekeerd. De uitkering kan volgens de regeling worden aangevraagd voor alle activiteiten in het kader van sport. Daardoor mogen ook kosten met btw worden meegenomen waarvoor de gemeente op dit moment geen recht op aftrek van voorbelasting heeft. Dit betekent bijvoorbeeld dat kosten met betrekking tot zwembaden meegenomen mogen worden in de aanvraag. Daar staat tegenover dat de toegang tot zwembaden vrijgesteld van btw wordt per 1 januari 2019. In het aanvraagformulier zal de gemeente worden gevraagd deze activiteiten te specificeren aan de hand van kostenposten. Deze kostenposten zijn als volgt: Onroerende zaken (sportaccommodaties) Nieuwbouw Renovatie Onderhoud Roerende zaken sportbeoefening en sportstimulering Aankoop Dienstverlening door derden Beheer en exploitatie Overige kosten Voorbeelden van deze kostenposten vindt u in het door DUS-I gepubliceerde document over het verantwoorden van kosten. Voor de categorie ‘overige kosten’ geldt dat alle kosten moeten worden onderbouwd. Als voorbeeld wordt genoemd de kosten voor het voeren van een juridische procedure als gevolg van de gewijzigde exploitatie van sportaccommodaties. Een ander voorbeeld vormen de kosten die ontstaan door een wijziging in het algemene mengpercentage. Met de verruiming van de sport-vrijstelling verdwijnt er een belaste activiteit bij de gemeente. Hier komt een vrijgestelde activiteit terug. De aan deze activiteit toerekenbare btw kan niet in aftrek worden gebracht dan wel worden gecompenseerd, waardoor het kostprijsverhogende deel van de gemeentelijke activiteiten toeneemt. Gemeentes die het financiële nadeel als gevolg van het gewijzigde mengpercentage kunnen aantonen mogen deze last meenemen in de aanvraag. Wij raden gemeenten die de berekening van het mengpercentage hebben vastgelegd binnen het Tax Control Framework aan om een nieuwe berekening te maken voor 1 december 2018 en het nadeel mee te nemen als ‘overige kosten’. Voor andere gemeenten zal het minder eenvoudig zijn om op korte termijn het nadeel van het gewijzigde mengpercentage te becijferen. Desgewenst kan PwC gemeenten hierbij ondersteunen door een vergelijking te maken met de cijfers over het jaar 2017. De volgende situaties vragen extra aandacht bij het indienen van de SPUK-aanvraag: a. de situatie waarbij is van een btw-belaste verhuur van een sportaccommodatie op basis van een optieverzoek met een huurder die na 1 januari 2019 niet meer kan opteren voor een btw-belaste verhuur; én b. de situatie waarin sportaccommodaties ter beschikking worden gesteld aan scholen. a. Vervallen optie btw-belaste verhuur Door de verruiming van de sportvrijstelling gebruikt de huurder de gehuurde accommodatie niet langer voor meer dan 90% voor belaste doeleinden. Daardoor vervalt de optie voor belaste verhuur. De Belastingdienst kan het standpunt innemen dat in dat geval de reguliere herzieningsregels van toepassing zijn. Naar onze mening kan herziening voorkomen worden met een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2017. De Hoge Raad heeft in deze casus geoordeeld dat de enige voorwaarde voor het van toepassing zijn van het verlaagde btw-tarief is, dat sprake moet zijn van het ter beschikkingstellen van een sportaccommodatie. Of sprake is van aanvullend dienstbetoon achtte de Hoge Raad niet relevant. Met een beroep op dit arrest kan worden gesteld dat de terbeschikkingstelling van de sportaccommodatie altijd al kwalificeerde als het ter beschikking stellen van sportbeoefening. Mocht een beroep op dit arrest niet slagen dat kan worden gesteld dat het vervallen van de optie btw-belaste verhuur een direct gevolg is van de verruiming van de sportvrijstelling. Deze situatie zal daardoor onder het overgangsrecht vallen, waardoor de herzieningsregels buiten toepassing blijven. Volledigheidshalve merken wij op dat bij de behandeling van het Belastingplan 2019 in de Tweede Kamer de vraag is gesteld of in de hiervoor geschetste situatie de herzieningsregels van toepassing zijn of dat dit onder het overgangsrecht valt. Wanneer deze Kamervragen door de regering worden beantwoord zullen wij u hierover informeren. Wanneer uit de beantwoording van de kamer blijkt dat herziening toch van toepassing is en een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2017 niet slaagt, vormt deze last naar onze mening een besteding voor een activiteit in het kader van sport, te weten het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie. Door voor deze last in 2020 en volgende jaren SPUK aan te vragen wordt de gemeente in die jaren voor 17,5% van de herzieningslast gecompenseerd. b. Ter beschikkingstelling aan scholen Voor het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie aan scholen is door de Belastingdienst vaak het standpunt ingenomen dat een gemeente geen recht heeft op aftrek van voorbelasting of een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. De btw op de kosten was dus kostprijsverhogend. Deze kosten vallen echter wel onder de SPUK. Wij adviseren daarom om deze kosten ook mee te nemen in de aanvraag.

Verhoging laag btw-tarief van 6% naar 9%

Per 1 januari 2019 gaat het verlaagde tarief voor de btw omhoog van 6% naar 9%. Deze tariefswijziging brengt voor sommige gemeenten extra kosten mee en brengt voor vrijwel alle gemeenten extra administratieve lasten met zich. Indien uw gemeente het verlaagde btw-tarief toepast op verrichte leveringen en diensten zal u zich hierop moeten voorbereiden. Door de tariefswijziging zijn immers interne aanpassingen (het administratieve systeem) en externe aanpassingen (bijvoorbeeld de prijsstelling van diensten en producten) noodzakelijk. Het kabinet bevestigt haar voornemen voor een soepele transitie. Staatssecretaris van Financiën Menno Snel gaf al eerder aan dat de Belastingdienst niet zal naheffen op in 2018 betaalde prestaties die pas in 2019 gaan plaatsvinden. Wat betekent dit voor uw administratie? Een btw-ondernemer die het verlaagde tarief toepast of tegen het verlaagde tarief inkoopt, zal zich moeten voorbereiden op de tariefswijziging. In het administratieve systeem zullen bijvoorbeeld nieuwe btw-codes voor '9% te vorderen en af te dragen btw’ moeten worden aangemaakt, terwijl de oude btw-codes voor 6% ook in 2019 operationeel zullen moeten blijven. De wijziging heeft ook gevolgen voor beslisbomen binnen het ERP-systeem en de interfaces met externe systemen en leidt tot aanpassingen van interne handleidingen. Aangezien tal van interne procedures moeten worden gevolgd en tests moeten worden uitgevoerd, raden wij u aan om ruim van tevoren te beginnen met de voorbereiding van de aanpassingen. Extern moeten in verband met prijsveranderingen contracten met klanten soms worden herzien. Voornemen soepele overgang Het kabinet wil de (juridische) overgang zo probleemloos mogelijk laten verlopen en de intentie van staatssecretaris Snel is dat de Belastingdienst en ondernemers niet verstrikt raken in ingewikkelde overgangsproblematiek bij facturering in 2018 voor prestaties die in 2019 plaatsvinden. Om het veranderingsproces van de btw-verhoging van 6% naar 9% zo soepel mogelijk te laten verlopen, heeft de staatssecretaris aangekondigd dat de Belastingdienst niet zal gaan naheffen op in 2018 betaalde prestaties die pas in 2019 gaan plaatsvinden. Dit betreft vooruitbetaling en vooruitfacturering van alle goederen en diensten waarop het verlaagde tarief van toepassing is. Bij toepassing van het kasstelsel (‘btw voldoen naar ontvangsten’, waarbij u dus de te betalen btw berekent over de inkomsten die in het tijdvak waarover u aangifte doet, daadwerkelijk zijn bijgeboekt op uw bankrekening of ontvangen zijn in uw kas) speelt dit probleem uiteraard niet. Daar is het de uitdaging om in staat te zijn het juiste btw-bedrag van 9% btw te kunnen betalen over de 'ontvangen omzet' in januari 2019. De staatssecretaris noemt als voorbeelden van vooruitbetaling: tickets voor concerten en sportevenementen die pas in 2019 plaatsvinden, maar die dit jaar al worden betaald, en de stukadoor- en verfwerkzaamheden aan woningen ouder dan twee jaar. Overgangsmaatregelen Het voorstel bevat geen algemene overgangsmaatregel. Alleen voor boeken met een vaste wettelijke prijs wordt een overgangsmaatregel gepubliceerd.  

Verruiming Nederlandse btw-sportvrijstelling

De huidige Nederlandse btw-sportvrijstelling is van toepassing op diensten verricht door sportorganisaties aan hun leden. Het gaat om organisaties die zich de beoefening van sport of de bevordering van sport tot doel hebben gesteld. Door ontwikkelingen in de Europese jurisprudentie is het kabinet genoodzaakt de huidige vrijstelling te wijzigen. Wanneer een amateursportvereniging bijvoorbeeld aan niet-leden een training tegen vergoeding aanbiedt, zou over die vergoeding wél het lage tarief btw verschuldigd zijn, terwijl dat in strijd is met de btw-richtlijn. De Nederlandse btw-vrijstelling voor sport wordt daarom per 1 januari 2019 verruimd, zodat deze ook voor diensten aan niet-leden geldt. Bovendien verandert per 1 januari de btw-behandeling voor de exploitatie van sportaccommodaties, waaronder ook zwembaden worden gerekend, door niet-commerciële exploitanten. Deze prestatie wijzigt van een belaste prestatie tegen het verlaagde tarief in een vrijgestelde prestatie. Dit heeft gevolgen voor de aftrek van btw op de aanleg, het onderhoud en de instandhouding van sportaccommodaties. Het kabinet compenseert het btw-nadeel dat de amateursport-organisaties (en gemeenten) ondervinden als gevolg van deze wetswijziging. Er is voorgesteld de btw-herziening die zou optreden bij de overgang van belast naar vrijgesteld, voor sportaccommodaties achterwege te laten. Daarnaast zijn er twee niet-fiscale subsidieregelingen opgetuigd (de ‘BOSA’ en de ‘SPUK Sport’).   Wat betekent dit voor u als gemeente? Voor vergoedingen die van leden en niet-leden worden ontvangen, verandert de mix van belaste en vrijgestelde btw-omzet. De vergoeding voor het geven van gelegenheid tot sportbeoefening aan niet-leden wordt vrijgesteld. Als gevolg van deze wijziging is het niet altijd meer mogelijk om te opteren voor een btw-belaste verhuur.     In uw administratie zult u ook rekening moeten houden met het niet langer in aftrek kunnen brengen van de btw op de kosten van de bouw en het onderhoud van een sportaccommodatie. Nu de vrijstelling wordt uitgebreid met de exploitatie van sportaccommodaties door niet-commerciële organisaties (dit kan bijvoorbeeld een sportvereniging of een gemeente zijn) is er onderaan de streep een financieel nadeel voor deze organisaties, omdat de btw-aftrek voor die sportaccommodaties vervalt. Via subsidies compenseert het kabinet de amateursport en gemeenten hiervoor. Om in aanmerking te komen voor deze subsidies zullen betrokkenen wel extra (administratieve) stappen moeten zetten.   Sportaccommodatie en btw-herziening De exploitatie van sportaccommodaties door niet-commerciële exploitanten zal vanaf 1 januari 2019 van btw zijn vrijgesteld. Het recht op aftrek van btw die aan gemeenten en andere exploitanten in rekening is gebracht over de kosten die toerekenbaar zijn aan de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties, vervalt daarmee. Er is voorgesteld de btw-herziening die zou optreden bij de overgang van belast naar vrijgesteld, voor sportaccommodaties achterwege te laten. Compensatie via subsidieregelingen Het kabinet geeft aan het financiële nadeel voor gemeenten en amateursport organisaties te willen compenseren via een tweetal subsidieregelingen: ‘BOSA’ voor amateursport organisaties en ‘SPUK Sport’ voor gemeenten.   Gemeenten: ‘SPUK Sport’ Op 31 mei 2018 is in de Meicirculaire Gemeentefonds 2018 bekend gemaakt dat de Rijksoverheid de gemeenten voor dit btw-nadeel zal compenseren via de nieuwe specifieke-uitkering Sport (‘SPUK Sport’). Voor de inhoudelijke toelichting verwijzen wij u naar ons nieuwsbericht van 24 juli 2018.   Amateursport organisaties: ‘BOSA’   Voor sportorganisaties is de ‘Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties: ’BOSA’, Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 12 juli 2018, kenmerk 1373516-177691-S, houdende regels voor de subsidiëring van de bouw en het onderhoud van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen geïntroduceerd. De ‘BOSA’ geldt voor de periode 2019 tot en met 2023: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-40859.html. Voor de inhoudelijke toelichting verwijzen wij u naar ons nieuwsbericht van 24 juli 2018.   Verwachting / Tot slot De toekomst moet uitwijzen of de bedragen die via de subsidieregelingen ter beschikking staan om het financiële nadeel te compenseren, voldoende zijn. We adviseren gemeenten en sportorganisaties de huidige situatie in kaart te brengen en de mogelijkheden met uw PwC adviseur te bespreken. Gemeenten die de sportaccommodaties laten exploiteren door een sportbedrijf (gemeentelijke BV, NV) dat geen onderdeel is van de gemeentelijke organisatie, kunnen mogelijk optimaal gebruik blijven maken van het verlaagde btw-tarief voor sportbeoefening.

Vaktechnisch overleg voor gemeente

Wij merken dat de fiscalisten en andere ambtenaren met de fiscaliteit als takenpakket van gemeenten en provincies behoefte hebben aan het onderhouden en uitbreiden van hun vaktechniek door arresten en besluiten e.d. integraal te behandelen en hierover met elkaar te sparren. Dit op hbo/universitair niveau, voor de vakgebieden btw, BCF, overdrachtsbelasting, formeel belastingrecht en de invorderingswet. Vanuit deze gedachte nodigen wij u graag uit voor ons periodieke vaktechnische overleg (VTO). De sessies in 2019 vinden plaats in Zwolle op de volgende data: Woensdag 23 januari 2019 Woensdag 10 april 2019 Woensdag 18 juni 2019 Woensdag 9 oktober 2019 Een eerste deelname aan het VTO is gratis. Voor aanmelding of meer informatie kunt u contact opnemen met Dieks Boswinkel, dieks.boswinkel@pwc.com, 088 792 16 91 of Remko Hagedoorn, remko.hagedoorn@pwc.com, 088 792 12 52.  

Wilt u op de hoogte blijven van het laatste binnenlands bestuur nieuws?

Meld u aan voor de nieuwsbrief

Contact


Dieks Boswinkel

088 - 792 16 91

dieks.boswinkel@pwc.com

Jarno Sloot

088 - 792 42 22

jarno.sloot@pwc.com

Nicole Brueker

088 - 792 44 94

nicole.brueker@pwc.com