Altijd en overal toegang tot een schat aan informatie.

Vergroot de fiscale kennis binnen uw gemeente

Actueel


Rechtbank Den Haag: recht op aftrek van voorbelasting bij levering van een multifunctionele accommodatie onder de kostprijs

Rechtbank Den Haag heeft op 18 februari 2019 (gepubliceerd op 29 maart 2019) geoordeeld dat sprake is van een btw-belaste levering onder bezwarende titel, ten aanzien van de levering van een nieuwe multifunctionele accommodatie (hierna: de MFA). Er is geen sprake van misbruik van recht. Dit betekent dat de inkoop-btw op de bouwkosten door de gemeente kan worden verrekend op de btw-aangifte.
[Lees verder...]

Nog veel optimalisatiemogelijkheden rondom gedifferentieerde premie Werkhervattingskas voor provincies, gemeenten en waterschappen

In het kader van een lopende procedure bij de Hoge Raad, heeft PwC in eerste kwartaal van 2019 een groot aantal beschikkingen gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (hierna Whk) geanalyseerd. De bevindingen uit deze analyse zijn interessant om te delen.
[Lees verder...]

SPUK ook voor gemeentelijke sportbedrijven (SPUK / DUS-I vragen & antwoorden van 8 april 2019)

Inzake de SPUK is op 8 april 2019 door de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) een document gepubliceerd, waarin antwoord wordt gegeven op veel gestelde vragen. In dit document wordt aangegeven dat de inkoop-btw van gemeentelijke sportbedrijven meegenomen mag worden in de gemeentelijke SPUK-aanvraag. Het document kunt u hier nalezen: Antwoorden op vragen omtrent sportbedrijven De hoofdpunten zet PwC Fiscaal Portaal Gemeenten uiteen voor haar abonnees.
[Lees verder...]

Verstrekking smartphone of tablet bij uitdiensttreding en btw (lezersvraag)

Als medewerkers uit dienst treden, komt het voor dat ze een voor het werk ontvangen smartphone of tablet kunnen overnemen. De betreffende medewerker moet dan vaak een deel van het investeringsbedrag betalen aan de gemeente (“de overnameprijs”). Deze vergoeding wordt vaak gebaseerd op het investeringsbedrag naar evenredigheid van de ingeschatte afschrijvingsduur. Deze situatie riep bij één van onze lezers de vraag op, op welke wijze hierbij met de btw omgegaan dient te worden. Meer specifiek werd de vraag voorgelegd of er een btw-herzieningstermijn geldt voor een smartphone en zo ja, hoelang deze termijn duurt. Daarnaast was de vraag of door de gemeente over/uit de overnameprijs voor de levering btw is verschuldigd.
[Lees verder...]

Welkom


Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten omvat een uitgebreide databank met informatie op het gebied van zowel de btw, het BTW-compensatiefonds, vennootschapsbelasting en loonheffingen. Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten is specifiek gericht op fiscale zaken die spelen bij publiekrechtelijke lichamen. Met het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten bent u dan ook altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op fiscaal gebied.

Naast de omvangrijke databank treft u vele praktijkvoorbeelden, voorbeeldbrieven en digitale tools aan waardoor u en/of uw medewerkers tijd kan besparen bij het beantwoorden van fiscale vragen. Daarnaast vergroot u de fiscale bewustwording binnen uw organisatie waardoor fiscale aspecten eerder worden gesignaleerd. Tevens kan het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dienen als educatiemiddel.

Met één abonnement kunnen tien medewerkers van de gemeente tegen een scherp geprijsd tarief gebruikmaken van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten. Mocht u geïnteresseerd zijn in het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dan kunnen wij uw organisatie vrijblijvend informeren over de mogelijkheden en de inhoud van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten: Contact.

Uitgelicht


Nog veel optimalisatiemogelijkheden rondom gedifferentieerde premie Werkhervattingskas voor provincies, gemeenten en waterschappen

In het kader van een lopende procedure bij de Hoge Raad, heeft PwC in eerste kwartaal van 2019 een groot aantal beschikkingen gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (hierna Whk) geanalyseerd. De bevindingen uit deze analyse zijn interessant om te delen.Vanuit de Werkhervattingskas worden de werknemersverzekeringen Ziektewet (hierna: ZW) en de eerste tien jaar van de Werkhervatting Gedeeltelijke Arbeidsgeschikten (hierna: WGA) gefinancierd. Iedere werkgever ontvangt hiertoe een Whk-beschikking (of in geval van kleine werkgevers een mededeling). Eigenrisicodragers voor de Ziektewet en/of de WGA ontvangen wel een Whk-beschikking, maar zullen voor het premiecomponent waar zij eigenrisicodrager voor zijn een premiepercentage van 0,00 aantreffen. De materie in een notendop Provincies, gemeenten en waterschappen zijn ingedeeld in sect0r 64 (“overheid, provincies, gemeenten en waterschappen”). Volgens het UWV is ruim 98% van de premieloonsom uit sector 64 toe te rekenen aan “grote werkgevers” (in 2019 een premieplichtig loon van meer dan € 3.310.000,-). Grote werkgevers krijgen de uitkeringslasten die bij hen zijn ontstaan in het refertejaar (T-2), middels de gedifferentieerde premie Whk volledig doorbelast volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’. De premie kan in 2019 oplopen tot maximaal 4,72% (3,00% voor WGA en 1,72% voor ZW) van de premieloonsom. Cijfers PwC in lijn met landelijke cijfers De trend in de cijfers van PwC is in lijn met de cijfers die het UWV jaarlijks publiceert. Het aandeel eigenrisicodragers is binnen de populatie van PwC echter groter. Voor de WGA is het verschil met 91% zelfs fors groter. Dit verschil wordt veroorzaakt door een aantal grote gemeenten met een grote premieloonsom die eigenrisicodrager zijn of worden. Veel optimalisatieruimte binnen de Ziektewet Van de door PwC onderzochte gemeenten, provincies en waterschappen is 52% van de loonsom eigenrisicodrager voor de ZW. Landelijk bezien ligt het percentage voor deze sector lager, namelijk op 29%. De sector ligt zowel landelijk bezien, als binnen de populatie van PwC achter op de overige sectoren waar het eigenrisicodragerschap voor de ZW sterker is vertegenwoordigd (44% en respectievelijk 77%).  Van de groep die geen eigenrisicodrager is voor de Ziektewet, betaalt 25% de minimumpremie. Bij deze werkgevers zijn in het referte jaar geen uitkeringen ontstaan, zij betalen daar echter wel premielasten voor. Indien er wel uitkeringen zijn ontstaan, bedraagt de premielast gemiddeld 3,8 maal de uitkeringslast. Uit onderzoek blijkt dat de werkgever middels het eigenrisicodragerschap voor de Ziektewet, meer grip kan krijgen op de Ziektewetuitkeringen. Door een actief beleid te voeren kan de duur van de Ziektewet aanzienlijk verkort worden en kan doorstroom naar de vaak duurdere WGA mogelijk worden voorkomen. Dit kan leiden tot een cumulatief voordeel van honderdduizenden euro’s. Circa 60% van het aantal onderzochte instellingen is wél eigenrisicodrager voor de WGA, maar niet voor de Ziektewet. Dat is opmerkelijk omdat uit onderzoek blijkt dat WGA-instroom vanuit de Ziektewet beter te beheersen is middels het eigenrisicodragerschap voor de Ziektewet dan vanuit het UWV. Hier ligt dus een duidelijke kans voor provincies, gemeenten en waterschappen! WGA eigenrisicodragerschap sterk vertegenwoordigd Binnen de populatie die PwC heeft onderzocht is het eigenrisicodragerschap voor de WGA in sector 64 sterk vertegenwoordigd, 91% versus 56% op de totale populatie. Uit het landelijke cijfers blijkt dat het merendeel van de loonsom van sector 64 echter gedifferentieerde premie Whk-betaalt voor de WGA (52%). Voor de instellingen die gedifferentieerde premie betalen, bedragen de premielasten gemiddeld gezien 2,3 maal de uitkeringslasten. Eigenrisicodragers betalen geen gedifferentieerde premie Whk aan de Belastingdienst, maar dragen het WGA-risico zelf. Dit risico wordt privaat herverzekerd of er wordt een voorziening gevormd op de balans. Dit laatste zien we in populariteit toenemen. De keuze om gedifferentieerde premie te betalen of eigenrisicodrager te worden is een complexe beslissing die meerdere afdelingen van uw organisatie raakt. Laat u daarbij altijd uitgebreid adviseren door een gespecialiseerde adviseur. Bent u nieuwsgierig of u de uitvoering en financiering van de Ziektewet en/of WGA goed georganiseerd hebt? Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek (ernst.koenes@pwc.com).  

SPUK ook voor gemeentelijke sportbedrijven (SPUK / DUS-I vragen & antwoorden van 8 april 2019)

Inzake de SPUK is op 8 april 2019 door de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) een document gepubliceerd, waarin antwoord wordt gegeven op veel gestelde vragen. In dit document wordt aangegeven dat de inkoop-btw van gemeentelijke sportbedrijven meegenomen mag worden in de gemeentelijke SPUK-aanvraag. Het document kunt u hier nalezen: Antwoorden op vragen omtrent sportbedrijven De hoofdpunten zet PwC Fiscaal Portaal Gemeenten uiteen voor haar abonnees.De hoofdpunten zijn de volgende.  de inkoop-btw van een gemeentelijk sportbedrijf (BV/NV e.d.) kan meegenomenworden in de gemeentelijke SPUK aanvraag (onder voorwaarden) als hiervoor wordt gekozen dan geldt dat het gemeentelijk sportbedrijf niet langer de BOSA regeling kan toepassen in dat jaar (de SPUK-regeling vergoedt 17,5% van de uitgaven inclusief btw, de BOSA regeling vergoedt 20% van de investeringen, waarbij een aanvullende vergoeding van 15% geldt voor bepaalde investeringen in duurzaamheid en toegankelijkheid) dit heeft tot gevolg dat wel de btw op beheer/exploitatie wordt gesubsidieerd, maar de aanvullende subsidie voor duurzaamheid en toegankelijkheid niet toepasbaar is berekend kan worden welke regeling het meest profijtelijk is. VRAGEN EN ANTWOORDEN Kan een gemeente de bestedingen van een sportbedrijf aan activiteiten op het terrein van sport opnemen in haar SPUK-aanvraag? Ja, mits het sportbedrijf een publiek- of privaatrechtelijke organisatie is waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft zoals hierna gedefinieerd, kunnen de bestedingen van het sportbedrijf aan activiteiten op het terrein van sport waarvoor geen recht op aftrek van omzetbelasting of compensatie uit het Btw-compensatiefonds bestaat, worden opgenomen in de SPUK-aanvraag van de gemeente. Wanneer bestedingen van een sportbedrijf door de gemeente in haar aanvraag worden meegenomen komt dit sportbedrijf in het geheel niet meer in aanmerking voor een subsidie uit de Subsidieregeling Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties en Sportmaterialen (BOSA). Een gemeente kiest er zelf voor om de bestedingen van het sportbedrijf wel of niet op te nemen in haar SPUK-aanvraag. Bij sportbedrijven die een in aandelen verdeeld kapitaal hebben wordt onder bestuurlijk en financieel belang het volgende verstaan: Wanneer 100% van de aandelen middellijk of onmiddellijk in bezit is van één of meerdere gemeenten: Er is sprake van een bestuurlijk belang als alleen één of meerdere gemeentelijke besturen de tarieven voor maatschappelijk gebruik op het gebied van sport vaststellen die door het sportbedrijf moeten worden gehanteerd. Het financieel belang volgt uit het gegeven dat de aandelen geheel in bezit zijn van de gemeenten. Daarnaast mag er geen sprake zijn van management- of directievergoedingen die de WNT-norm (Wet normering topinkomens) overschrijden. Wanneer meer dan 50% van de aandelen (middellijk of onmiddellijk) in bezit is van één of meerdere gemeenten: Er is sprake van een bestuurlijk belang als alleen één of meerdere gemeentelijke besturen de tarieven voor maatschappelijk gebruik op het gebied van sport vaststellen die door het sportbedrijf moeten worden gehanteerd. Er is sprake van een financieel belang als wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden: Er worden geen management- of directievergoedingen betaald die de WNT-norm overschrijden. Uit de statuten, exploitatie- of subsidieovereenkomst, of anderszins blijkt dat geen dividenduitkeringen aan private aandeelhouders zullen worden verricht. In de exploitatie- of subsidievoorwaarden dan wel een aparte overeenkomst wordt een maximum gesteld aan het eigen vermogen van het sportbedrijf. Gemeenten zijn bij uitsluiting gerechtigd tot het liquidatiesaldo van het sportbedrijf. Wanneer 50% of minder van de aandelen (middellijk of onmiddellijk) in bezit is van één of meerdere gemeenten: Er is sprake van een bestuurlijk belang als alleen één of meerdere gemeentelijke besturen de tarieven voor maatschappelijk gebruik op het gebied van sport vaststellen die door het sportbedrijf moeten worden gehanteerd; Er is sprake van een financieel belang als wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden: Er worden geen management- of directievergoedingen betaald die de WNT-norm overschrijden. Uit de statuten, exploitatie- of subsidieovereenkomst, of anderszins blijkt dat geen dividenduitkeringen aan private aandeelhouders zullen worden verricht.  In de exploitatie- of subsidievoorwaarden dan wel een aparte overeenkomst wordt een maximum gesteld aan het eigen vermogen van het sportbedrijf. Gemeenten zijn bij uitsluiting gerechtigd tot het liquidatiesaldo van het sportbedrijf. Bij sportbedrijven die geen in aandelen verdeeld kapitaal hebben, wordt onder bestuurlijk en financieel belang het volgende verstaan: Er is sprake van een bestuurlijk belang wanneer de zeggenschap van één of meerdere gemeenten notarieel is vastgelegd en wanneer alleen één of meerdere gemeentelijke besturen de tarieven voor maatschappelijk gebruik op het gebied van sport vaststellen die door het sportbedrijf moeten worden gehanteerd Er is sprake van een financieel belang wanneer het sportbedrijf voor meer dan 50% van haar inkomsten afhankelijk is van de gemeenten die zeggenschap hebben. Voorts geldt dat deze gemeenten bij uitsluiting gerechtigd zijn tot het liquidatiesaldo van het sportbedrijf. Het sportbedrijf binnen mijn gemeente voldoet aan de gestelde voorwaarden met betrekking tot bestuurlijk en financieel belang. Het sportbedrijf is dan ook opgenomen in de aanvraag van de gemeente. Nu wil het sportbedrijf zelf investeren in verduurzaming van de accommodaties. Komt het sportbedrijf voor deze investeringen in aanmerking voor de BOSA-subsidie? Nee, wanneer bestedingen van het sportbedrijf zijn opgenomen in de SPUK-aanvraag van de gemeente komt het sportbedrijf in het geheel niet meer in aanmerking voor subsidie binnen de BOSA-regeling. Dit geldt ook wanneer de bestedingen opgenomen in de SPUK-aanvraag niet de voorgenomen bestedingen voor verduurzaming betreffen. Het sportbedrijf binnen mijn gemeente voldoet aan de gestelde voorwaarden met betrekking tot bestuurlijk en financieel belang. De gemeente is dan ook voornemens de bestedingen van het sportbedrijf op te nemen in de eigen SPUK-aanvraag. Hoe moet hier vorm aan gegeven worden? De aanvraag via de SPUK-regeling is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Bestedingen die in de aanvraag worden opgenomen moeten door de gemeente goed onderbouwd worden. Wanneer bij de beoordeling blijkt dat dit niet voldoende is gebeurd zal de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I), als uitvoerder van de regeling, gedetailleerd om nadere informatie vragen. Leidt de door de gemeenten aan de verzelfstandigde sportbedrijven door te betalen SPUK-uitkering tot verschuldigdheid van omzetbelasting?Nee, het sportbedrijf is geen omzetbelasting verschuldigd over de door te betalen SPUK-uitkering omdat ter zake van de door te betalen subsidie geen prestatie door het sportbedrijf aan de gemeente wordt verricht.  

Verstrekking smartphone of tablet bij uitdiensttreding en btw (lezersvraag)

Als medewerkers uit dienst treden, komt het voor dat ze een voor het werk ontvangen smartphone of tablet kunnen overnemen. De betreffende medewerker moet dan vaak een deel van het investeringsbedrag betalen aan de gemeente (“de overnameprijs”). Deze vergoeding wordt vaak gebaseerd op het investeringsbedrag naar evenredigheid van de ingeschatte afschrijvingsduur. Deze situatie riep bij één van onze lezers de vraag op, op welke wijze hierbij met de btw omgegaan dient te worden. Meer specifiek werd de vraag voorgelegd of er een btw-herzieningstermijn geldt voor een smartphone en zo ja, hoelang deze termijn duurt. Daarnaast was de vraag of door de gemeente over/uit de overnameprijs voor de levering btw is verschuldigd.De volgende gegevens waren hierbij van belang: Mengpercentage gemeente Compensabele btw 91% Aftrekbare btw 4% Kostprijsverhogende btw 5%   100% Van de 5% kostprijsverhogende btw heeft 3,5% betrekking op van btw vrijgestelde activiteiten en 1,5% op niet-ondernemersactiviteiten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds(=70% van 5%). De aankoopprijs van de smartphone/tablet voor de gemeente in het jaar 2016 bedroeg € 600, exclusief € 126 btw. Derhalve is een btw-bedrag van € 114,66 gecompenseerd uit het BTW-compensatiefonds en een bedrag van € 5,04 verrekend op de btw-aangifte. De kostprijsverhogende btw bedraagt € 6,30. Van deze € 6,30 ziet € 4,41 (70% van € 6,30) op het van btw-vrijgestelde ondernemersdeel. De overnameprijs voor de medewerker is bepaald op € 200. De levering aan de medewerker vindt plaats op 31 december 2018. De smartphone is dan dus drie kalenderjaren door (de medewerker van) de gemeente in gebruik geweest. Fiscale gevolgen De gemeente is uit de overnameprijs van € 200 een bedrag aan btw verschuldigd van € 2,60, Herziening van btw is niet aan de orde. Ter toelichting geldt het volgende. Voldoening van btw De smartphone is door de gemeente gemengd gebruikt: als btw-ondernemer en als overheid. Bij levering van de smartphone is de gemeente enkel btw verschuldigd over het gedeelte dat vanuit het ondernemersvermogen wordt geleverd. Zie ook onderdeel 2.2.2, laatste alinea van het overheidsbesluit. Het ondernemersvermogen bestaat uit de btw-belaste en van btw vrijgestelde activiteiten. De vrijgestelde activiteiten zijn opgenomen in de 5% kostprijsverhogende btw. Op het moment van leveren moet dus worden bepaald welk deel van de kostprijsverhogende btw betrekking heeft op van btw vrijgestelde activiteiten. In deze casus is dit 3,5%. Het btw-belaste deel is 4%. Het ondernemersdeel van de smartphone bedraagt daarmee 7,5%, zodat het niet-ondernemersdeel/overheidsdeel van de smartphone de resterende 92,5% bedraagt. De gemeente moet dan btw voldoen uit 7,5% van de overnameprijs ad € 200, oftewel uit € 15,-. Dit aangezien de overnameprijs inclusief eventueel verschuldigde btw is. Hierdoor moet de gemeente ter zake van de levering aan het personeelslid van de smartphone een bedrag van € 2,60 aan btw voldoen op haar btw-aangifte (21/121 * € 15,-). Herziening Voor het BTW-compensatiefonds geldt een herzieningstermijn van één (kalender)jaar, waardoor de gecompenseerde btw niet herzien behoort te worden bij de levering aan het personeelslid. Voor de Wet op de omzetbelasting geldt een herzieningstermijn van vijf (boek)jaar. Als op enig moment gedurende de herzieningsperiode de smartphone, (deels) belast met btw, wordt geleverd wordt (in zoverre) verondersteld dat de smartphone voor de resterende periode voor btw-belaste prestaties wordt gebruikt. Aangezien nog twee herzieningsjaren resteren behoort de gemeente op haar btw-aangifte over het laatste kwartaal van 2018 een bedrag aan btw terug te vragen (in de rubriek 5b, voorbelasting) een bedrag van € 1,76 (€ 4,41/5 herzieningsjaren x 2 resterende jaar). Verdere informatie met betrekking tot smartphones, tablets etc. Voor verdere informatie omtrent smartphones, tablets etc. verwijzen wij u naar ons thema hieromtrent.

Tips & tricks bij de SPUK-aanvraag

Vanaf maandag 15 oktober 2018 is het voor gemeenten mogelijk om de SPUK-aanvraag in te dienen. Als bijlage bij dit bericht treft u een voorbeeldformulier aan. In dit nieuwsbericht geven wij u “tips & tricks” om een goede aanvraag in te kunnen dienen. We baseren ons hierbij op de vragen en antwoorden die door DUS-I zijn gepubliceerd, de documentatie over het verantwoorden van kosten die door DUS-I is gepubliceerd en de standpunten die door PwC worden ingenomen.Naar aanleiding van de door DUS-I gepubliceerde vragen en antwoorden zijn de voornaamste punten als volgt: de begroting zoals die door gemeenten worden ingevuld is exclusief btw. Het aanvraagformulier moet echter inclusief btw worden ingevuld; de uitkering kan in principe niet hoger worden dan het bedrag dat is ingevuld in het aanvraagformulier; en alle aan sport gerelateerde uitgaven komen in aanmerking voor een uitkering. Hierna treft u de antwoorden op deze vragen aan, met aanvullende toelichting en aandachtspunten vanuit het team van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten. Als de begroting exclusief btw wordt opgesteld, dan zal op het aanvraagformulier de begrote bedragen inclusief btw moeten worden ingevuld. De uitkering wordt vervolgens bepaald op 17,5% van de ingediende begroting. Als bijlage bij de SPUK-aanvraag (hierna: aanvraag) voor gemeenten moet de begroting worden meegezonden. Hoewel dit niet expliciet in de regeling wordt benoemd is PwC Fiscaal Portaal Gemeenten van mening dat dit de begroting moet zijn die moet worden goedgekeurd door de gemeenteraad. Dit leiden wij onder meer af uit de toelichting op de regeling. Zo wordt in de toelichting vermeldt dat de volgorde van binnenkomst van de aanvragen niet van belang is. Dit om gemeenten waarbij de behandeling van de begroting door de gemeenteraad pas op een later moment geagendeerd is niet te benadelen. In het aanvraagformulier zullen de begrote kosten nader moeten worden gespecificeerd, zie ook hierna onder 3. We hebben van onze gemeentelijke cliënten vernomen dat het voor komt dat kosten die gerelateerd zijn aan de sport verspreid over meerdere taakvelden worden geboekt. Het is dus van belang om voorafgaand aan het indienen van de aanvraag na te gaan op welke taakvelden de sport gerelateerde kosten worden verantwoord. Al deze kosten moeten worden mee genomen in de aanvraag. Op dit moment is nog niet duidelijk of een ingediende aanvraag hersteld kan worden als dit herstel voor 1 december 2018 gebeurt. Later is dit in ieder geval niet meer mogelijk. Slechts wanneer blijkt dat nog budget resteert, van de beschikbare € 152.000.000, kan het restant worden verdeeld over de gemeenten waar is gebleken dat de uitgaven hoger zijn dan in de aanvraag was meegenomen. Indien de gemeentelijke aanvragen het bedrag van € 152.000.000 overstijgt zal het beschikbare bedrag naar rato van de aanvragen worden uitgekeerd. De uitkering kan volgens de regeling worden aangevraagd voor alle activiteiten in het kader van sport. Daardoor mogen ook kosten met btw worden meegenomen waarvoor de gemeente op dit moment geen recht op aftrek van voorbelasting heeft. Dit betekent bijvoorbeeld dat kosten met betrekking tot zwembaden meegenomen mogen worden in de aanvraag. Daar staat tegenover dat de toegang tot zwembaden vrijgesteld van btw wordt per 1 januari 2019. In het aanvraagformulier zal de gemeente worden gevraagd deze activiteiten te specificeren aan de hand van kostenposten. Deze kostenposten zijn als volgt: Onroerende zaken (sportaccommodaties) Nieuwbouw Renovatie Onderhoud Roerende zaken sportbeoefening en sportstimulering Aankoop Dienstverlening door derden Beheer en exploitatie Overige kosten Voorbeelden van deze kostenposten vindt u in het door DUS-I gepubliceerde document over het verantwoorden van kosten. Voor de categorie ‘overige kosten’ geldt dat alle kosten moeten worden onderbouwd. Als voorbeeld wordt genoemd de kosten voor het voeren van een juridische procedure als gevolg van de gewijzigde exploitatie van sportaccommodaties. Een ander voorbeeld vormen de kosten die ontstaan door een wijziging in het algemene mengpercentage. Met de verruiming van de sport-vrijstelling verdwijnt er een belaste activiteit bij de gemeente. Hier komt een vrijgestelde activiteit terug. De aan deze activiteit toerekenbare btw kan niet in aftrek worden gebracht dan wel worden gecompenseerd, waardoor het kostprijsverhogende deel van de gemeentelijke activiteiten toeneemt. Gemeentes die het financiële nadeel als gevolg van het gewijzigde mengpercentage kunnen aantonen mogen deze last meenemen in de aanvraag. Wij raden gemeenten die de berekening van het mengpercentage hebben vastgelegd binnen het Tax Control Framework aan om een nieuwe berekening te maken voor 1 december 2018 en het nadeel mee te nemen als ‘overige kosten’. Voor andere gemeenten zal het minder eenvoudig zijn om op korte termijn het nadeel van het gewijzigde mengpercentage te becijferen. Desgewenst kan PwC gemeenten hierbij ondersteunen door een vergelijking te maken met de cijfers over het jaar 2017. De volgende situaties vragen extra aandacht bij het indienen van de SPUK-aanvraag: a. de situatie waarbij is van een btw-belaste verhuur van een sportaccommodatie op basis van een optieverzoek met een huurder die na 1 januari 2019 niet meer kan opteren voor een btw-belaste verhuur; én b. de situatie waarin sportaccommodaties ter beschikking worden gesteld aan scholen. a. Vervallen optie btw-belaste verhuur Door de verruiming van de sportvrijstelling gebruikt de huurder de gehuurde accommodatie niet langer voor meer dan 90% voor belaste doeleinden. Daardoor vervalt de optie voor belaste verhuur. De Belastingdienst kan het standpunt innemen dat in dat geval de reguliere herzieningsregels van toepassing zijn. Naar onze mening kan herziening voorkomen worden met een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2017. De Hoge Raad heeft in deze casus geoordeeld dat de enige voorwaarde voor het van toepassing zijn van het verlaagde btw-tarief is, dat sprake moet zijn van het ter beschikkingstellen van een sportaccommodatie. Of sprake is van aanvullend dienstbetoon achtte de Hoge Raad niet relevant. Met een beroep op dit arrest kan worden gesteld dat de terbeschikkingstelling van de sportaccommodatie altijd al kwalificeerde als het ter beschikking stellen van sportbeoefening. Mocht een beroep op dit arrest niet slagen dat kan worden gesteld dat het vervallen van de optie btw-belaste verhuur een direct gevolg is van de verruiming van de sportvrijstelling. Deze situatie zal daardoor onder het overgangsrecht vallen, waardoor de herzieningsregels buiten toepassing blijven. Volledigheidshalve merken wij op dat bij de behandeling van het Belastingplan 2019 in de Tweede Kamer de vraag is gesteld of in de hiervoor geschetste situatie de herzieningsregels van toepassing zijn of dat dit onder het overgangsrecht valt. Wanneer deze Kamervragen door de regering worden beantwoord zullen wij u hierover informeren. Wanneer uit de beantwoording van de kamer blijkt dat herziening toch van toepassing is en een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 1 december 2017 niet slaagt, vormt deze last naar onze mening een besteding voor een activiteit in het kader van sport, te weten het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie. Door voor deze last in 2020 en volgende jaren SPUK aan te vragen wordt de gemeente in die jaren voor 17,5% van de herzieningslast gecompenseerd. b. Ter beschikkingstelling aan scholen Voor het ter beschikking stellen van een sportaccommodatie aan scholen is door de Belastingdienst vaak het standpunt ingenomen dat een gemeente geen recht heeft op aftrek van voorbelasting of een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. De btw op de kosten was dus kostprijsverhogend. Deze kosten vallen echter wel onder de SPUK. Wij adviseren daarom om deze kosten ook mee te nemen in de aanvraag.

Wilt u op de hoogte blijven van het laatste binnenlands bestuur nieuws?

Meld u aan voor de nieuwsbrief

Contact


Dieks Boswinkel

088 - 792 16 91

dieks.boswinkel@pwc.com

Jarno Sloot

088 - 792 42 22

jarno.sloot@pwc.com

Nicole Brueker

088 - 792 44 94

nicole.brueker@pwc.com