Altijd en overal toegang tot een schat aan informatie.

Vergroot de fiscale kennis binnen uw gemeente

Actueel


Volledig recht op aftrek inkoop-btw bij leegstand

Op 26 juni 2020 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat in een periode van leegstand de eigenaar van een pand de inkoop-btw op instandhoudingskosten in aftrek mag brengen als het voornemen bestaat om het pand te verhuren (en daarbij de btw-belaste verhuur door middel van een optie niet is uitgesloten). Hier kunt u het arrest nalezen: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2020:1045&showbutton=true&keyword=18%2f02840.
[Lees verder...]

Nog geen duidelijkheid BCF en begraafplaatsen (Hoge Raad)

Op 19 juni 2020 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in de cassatie-procedure naar aanleiding van de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 16 maart 2018. Het Gerechtshof Den Haag was van mening dat de gemeente Krimpen aan den IJssel de exploitatie van begraafplaatsen een economische activiteit verricht onder overheidsprerogatieven, zodat ze handelt als overheid en daarmee recht had op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat het Gerechtshof Amsterdam moet beoordelen of, en in hoeverre de gemeente Krimpen aan den IJssel (een van) de begraafplaatsen mede gebruikt voor een of meer te onderscheiden niet-economische activiteiten. Bij de Hoge Raad was niet in geding of sprake was van economische activiteiten en de Hoge Raad vraagt zich af of dat wel juist was. Als (een van) de begraafplaatsen mede wordt gebruikt voor niet-economische activiteiten, en in zoverre anders dan in het kader van de onderneming van belanghebbende, moet worden beoordeeld of de aan de gemeente Krimpen aan den IJssel in rekening gebrachte btw wordt uitgezonderd van een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. Hier kunt u het arrest nalezen.
[Lees verder...]

Rentevergoeding bij te veel betaalde – of te weinig geclaimde ondernemers-btw (Rechtbank Noord-Nederland)

Als te veel btw is voldaan via de btw-aangifte dient rente vergoed te worden, zo oordeelt Rechtbank Noord-Nederland. Dit geldt ook indien het aan de belastingplichtige te wijten is dat zij eerder te veel btw via de btw-aangifte heeft voldaan of niet heeft verrekend. Dit over de periode gerekend vanaf de datum van de onterechte betaling van de btw en de datum van terugbetaling door de Belastingdienst en tegen een rentetarief van (minimaal) 4%. Dit “sparen bij de Belastingdienst” vond de wetgever ongewenst, waardoor zij enige jaren geleden de wet heeft gewijzigd. Deze wetswijziging is in bepaalde gevallen onvoldoende geweest dan wel – voor de btw – niet mogelijk bezien vanuit het EU-recht. Wij verwachten dat de Belastingdienst de zaak gaat voorleggen aan het Gerechtshof. Heeft uw gemeente onlangs een (hoge) btw-teruggave gehad of verwacht zij deze, dan adviseren wij dat een verzoek wordt ingediend voor de invorderingsrente.
[Lees verder...]

Betaling aan vervoerders: Belastingdienst bevestigt antwoord lezersvraag Fiscaal Portaal Gemeenten

Op 12 mei 2020 heeft Fiscaal Portaal Gemeenten antwoord gegeven op de lezersvraag of de betaling/compensatie die gemeenten betalen aan vervoersbedrijven btw-belast zijn (Lezersvraag: btw en gederfde opbrengsten vervoerders door COVID-19). Bij de beantwoording is onderscheid gemaakt naar de situatie waarbij de betaling contractueel verplicht is (betaling belast met btw) en situaties waarbij dat niet het geval is (betaling zonder btw). Op dat moment was ons niet bekend dat de Belastingdienst een gelijke vraag had liggen en deze heeft beantwoord per brief van 24 april 2020. Met een verwijzing naar rechtspraak bevestigt de Belastingdienst de visie van Fiscaal Portaal Gemeenten.  
[Lees verder...]

Welkom


Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten omvat een uitgebreide databank met informatie op het gebied van zowel de btw, het BTW-compensatiefonds, vennootschapsbelasting en loonheffingen. Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten is specifiek gericht op fiscale zaken die spelen bij publiekrechtelijke lichamen. Met het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten bent u dan ook altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op fiscaal gebied.

Naast de omvangrijke databank treft u vele praktijkvoorbeelden, voorbeeldbrieven en digitale tools aan waardoor u en/of uw medewerkers tijd kan besparen bij het beantwoorden van fiscale vragen. Daarnaast vergroot u de fiscale bewustwording binnen uw organisatie waardoor fiscale aspecten eerder worden gesignaleerd. Tevens kan het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dienen als educatiemiddel.

Met één abonnement kunnen tien medewerkers van de gemeente tegen een scherp geprijsd tarief gebruikmaken van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten. Mocht u geïnteresseerd zijn in het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dan kunnen wij uw organisatie vrijblijvend informeren over de mogelijkheden en de inhoud van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten: Contact.

Uitgelicht


Rentevergoeding bij te veel betaalde – of te weinig geclaimde ondernemers-btw (Rechtbank Noord-Nederland)

Als te veel btw is voldaan via de btw-aangifte dient rente vergoed te worden, zo oordeelt Rechtbank Noord-Nederland. Dit geldt ook indien het aan de belastingplichtige te wijten is dat zij eerder te veel btw via de btw-aangifte heeft voldaan of niet heeft verrekend. Dit over de periode gerekend vanaf de datum van de onterechte betaling van de btw en de datum van terugbetaling door de Belastingdienst en tegen een rentetarief van (minimaal) 4%. Dit “sparen bij de Belastingdienst” vond de wetgever ongewenst, waardoor zij enige jaren geleden de wet heeft gewijzigd. Deze wetswijziging is in bepaalde gevallen onvoldoende geweest dan wel – voor de btw – niet mogelijk bezien vanuit het EU-recht. Wij verwachten dat de Belastingdienst de zaak gaat voorleggen aan het Gerechtshof. Heeft uw gemeente onlangs een (hoge) btw-teruggave gehad of verwacht zij deze, dan adviseren wij dat een verzoek wordt ingediend voor de invorderingsrente.Achtergrond Per 1 januari 2013 zijn de regels over het vergoeden van rente ingrijpend gewijzigd. Sindsdien bestaat “belastingrente” en “invorderingsrente”. De onderhavige zaak ging over invorderingsrente. Deze rente kan zowel verschuldigd zijn (bij te late betaling van een aanslag) als vergoed worden (bij te late uitbetaling van een beschikking). Daarnaast wordt – sinds 2015 – invorderingsrente vergoed als “in strijd met het EU recht” belasting is geheven. Over dit soort invorderingsrente gaat de onderhavige rechtszaak. Uitspraak Rechtbank Noord-Nederland geeft een ruime uitleg aan de verplichting van de Belastingdienst om rente te vergoeden. Volgens de Rechtbank is een beroep op “in strijd met het EU-recht” betaalde btw (of niet teruggevorderde btw) ook mogelijk als de teruggaaf niet voortkomt uit een inhoudelijk geschil met de Belastingdienst, maar uit het op een later moment herstellen van een omissie van de belastingplichtige zelf. De Rechtbank uitspraak biedt belastingplichtigen als gemeenten de mogelijkheid om rente terug te vragen op het moment dat zij: - ten onrechte te veel btw hebben betaald via de aangifte; - ten onrechte te weinig btw hebben geclaimd via de btw-aangifte. Nedvang-bijdrage Bij dit laatste valt te denken aan de situatie dat ten onrechte btw is gecompenseerd via het BTW-compensatiefonds die nog wel voor aftrek in aanmerking komt via de btw-aangifte. Met name bij de correctie van de inkoop-btw die toerekenbaar is aan de ‘Nedvang bijdrage voor Afval’ kan dit het rentenadeel beperken dat ontstaat vanwege de rente op de terugbetaling van de gecompenseerde btw. Vaak geen volledige rentevergoeding bij teruggaven Het Nederlandse rente-systeem bij belastingen is zo ingericht dat in de meeste gevallen wel belastingrente verschuldigd is bij te late betalingen van belastingen, maar geen belastingrente vergoed wordt bij latere teruggaven van belasting of maar voor een deel van de tijd. Dit laatste is niet altijd toegestaan als de teruggaaf berust op een uitlegging van Europees recht, omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat het Europeesrechtelijke doeltreffendheidsbeginsel en fiscale neutraliteit vereisen dat de belastingplichtige wordt gecompenseerd voor de tijd dat hij het ten onrechte betaalde bedrag aan belasting niet onder zich heeft gehad. Het Europees recht is onder meer van toepassing bij btw, accijnzen en bepaalde aspecten van de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting. Rente bij belastingen geheven in strijd met Unierecht Voor dergelijke gevallen is daarom vanaf 1 januari 2015 een speciale vorm van invorderingsrente (hierna: “28c-invorderingsrente”) in het leven geroepen. Als belasting in strijd met het Unierecht is geheven, moet invorderingsrente vergoed worden over de periode vanaf betaling van de belasting tot teruggaaf van de belasting (minus de periodes waarvoor eventueel al belastingrente of andere rente vergoed is). In de praktijk bestaat bij 28c-invorderingsrente met name discussie over het vereiste van ‘in strijd met het EU recht’. De Belastingdienst neemt doorgaans het standpunt in dat hiervan alleen sprake is als belasting is geheven door een expliciete standpuntbepaling van de Belastingdienst (bijvoorbeeld individueel of in beleid) die achteraf gezien onjuist blijkt te zijn door bijvoorbeeld nieuwe jurisprudentie. 28c-invorderingsrente zou dan niet van toepassing zijn als een belastingplichtige achteraf een eigen fout corrigeert, bijvoorbeeld omdat ten onrechte btw is aangegeven of niet is teruggevraagd. Rb: Rentevergoeding bij ten onrechte afgedragen maar later gecorrigeerde btw In de procedure bij Rechtbank Noord-Nederland had de belastingplichtige per abuis in Nederland btw voldaan over zogenoemde afstandsverkopen, terwijl later bleek dat die btw in een ander land verschuldigd was. Toen dit duidelijk werd, heeft de belastingplichtige deze btw in het andere land voldaan (en daarover rente moeten betalen) en de btw in Nederland teruggevraagd. De Rechtbank oordeelt dat ook in een dergelijk geval van een vergissing sprake is van ‘in strijd met het Unierecht’ geheven belasting en dat de Belastingdienst 28c-invorderingsrente moet vergoeden over de relevante periode. De reden van het ten onrechte heffen van belasting doet volgens de Rechtbank niet ter zake. De fiscale neutraliteit verlangt dat enkel ‘neutraal’ moet worden bepaald of belasting al dan niet ten onrechte is geheven. De Rechtbank komt dus tot een ruime uitleg van het begrip ‘in strijd met het Unierecht’. Dit leidt voor de belastingplichtige tot een aanzienlijk extra te ontvangen bedrag (8% van de terugontvangen btw). Wat kunt u doen? Het is nog onzeker of de Belastingdienst in beroep gaat tegen het oordeel van de Rechtbank. Het kan zijn dat een hogere rechter uiteindelijk een minder ruime uitleg voorstaat. Wij kunnen de neutrale aanpak van de rechtbank echter goed volgen. In onze visie doet deze benadering recht aan de doelstelling die de Europese rechter heeft gehad in zijn uitspraken over rentevergoedingen en aan de doelstelling van rentevergoedingen in het algemeen. Als u recentelijk een (aanzienlijke) teruggaaf btw, accijnzen of een andere belastingteruggaaf die samenhangt met het Europese recht heeft ontvangen en geen rente vergoed heeft gekregen voor de volledige periode waarin u niet over het geld heeft kunnen beschikken, raden wij u aan een verzoek bij de Ontvanger van de Belastingdienst in te dienen om 28c-invorderingsrente vergoed te krijgen. U kunt dit formeel doen tot 6 weken na de dagtekening van de teruggaafbeschikking. Wij kunnen u assisteren om te bepalen of een dergelijk verzoek voor u zinvol is en het verzoek voor u indienen.  

Betaling aan vervoerders: Belastingdienst bevestigt antwoord lezersvraag Fiscaal Portaal Gemeenten

Op 12 mei 2020 heeft Fiscaal Portaal Gemeenten antwoord gegeven op de lezersvraag of de betaling/compensatie die gemeenten betalen aan vervoersbedrijven btw-belast zijn (Lezersvraag: btw en gederfde opbrengsten vervoerders door COVID-19). Bij de beantwoording is onderscheid gemaakt naar de situatie waarbij de betaling contractueel verplicht is (betaling belast met btw) en situaties waarbij dat niet het geval is (betaling zonder btw). Op dat moment was ons niet bekend dat de Belastingdienst een gelijke vraag had liggen en deze heeft beantwoord per brief van 24 april 2020. Met een verwijzing naar rechtspraak bevestigt de Belastingdienst de visie van Fiscaal Portaal Gemeenten.  De brief van de Belastingdienst treft u hierbij aan. De inhoud van de brief betreft algemene informatie, die niet ingaat op specifieke gevallen. Voor de specifieke gevallen kan de gemeente in vooroverleg treden met de Belastingdienst.  De brief is afkomstig van Koninklijk Nederlands Vervoer:https://www.knv.nl/veelgestelde-vragen/ Publicatiedatum: 26 mei 2020.

Lezersvraag: btw-compensatie bij noodopvang kinderen van ouders in vitale beroepen

In verband met de uitbraak van COVID-19 is door het kabinet aan gemeenten gevraagd om de noodopvang te organiseren van kinderen van ouders die werken in cruciale beroepen of vitale processen. Gemeenten maken kosten om dit te organiseren, maar ontvangen soms ook facturen van bijvoorbeeld gastouders. De opvang is namelijk zonder extra kosten voor de ouders. Voor zover op de gemaakte kosten btw drukt komt deze volgens PwC Fiscaal Portaal Gemeenten in aanmerking voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. Voor onze abonnees onderbouwen wij dat standpunt hierna.Facturen coördineren en organiseren noodopvang De Veiligheidsregio’s hebben bijgevoegde brief de opdracht gekregen noodopvang te bieden aan kinderen van ouders in vitale beroepen. De gemeenten zijn daarbij gevraagd om dit te organiseren, coördineren en ondersteunen. De gemeente handelt hierbij niet als ondernemer voor de btw. Doordat de gemeente geen vergoeding ontvangt verricht zij namelijk geen economische activiteiten. De aan de gemeente gefactureerde btw komt daardoor in aanmerking voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. Voor de btw 0p de kosten voor coördinatie en beleid geldt geen uitsluiting in de zin van artikel 4 van de Wet BCF. Facturen gastouders en kinderopvang Sommige gemeenten ontvangen facturen van bijvoorbeeld gastouders en andere kinderopvang. Te denken valt aan een situatie waarbij ouders een vitaal beroep hebben en waarbij normaal gesproken anderen, zoals de grootouders, oppassen. Door COVID-19 is dit echter niet mogelijk en dienen de ouders extra kinderopvang in te kopen. Het kabinet heeft toegezegd dat ouders met vitale beroepen geen extra kosten mogen maken voor kinderopvang. Om die reden worden deze extra kosten betaald door gemeenten. Veelal brengen de gastouders geen btw in rekening voor hun dienst van kinderopvang. Dit door de btw-vrijstelling (art. 11.1.w, Wet op de omzetbelasting 1968). Deze btw-vrijstelling geldt voor de opvang van kinderen in kinderopvang of gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet kinderopvang, indien het betreft kinderopvang in een overeenkomstig die wet geregistreerd en wordt voldaan aan de in de voormelde wet gestelde eisen, opvang van kinderen als bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, onderdeel a, van die wet, en ook de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vormen van kinderopvang. In dit besluit wordt onder voorwaarden overigens ook de bemiddeling bij kinderopvang vrijgesteld. Wordt niet voldaan aan voormelde voorwaarden voor de toepassing van de btw-vrijstelling, dan dient ter zake van de kinderopvang wel btw te worden gefactureerd aan de gemeente. De gemeente wendt deze ingekochte dienst aan “buiten het kader van haar onderneming”, zodat de btw in beginsel compensabel is. Het is vervolgens de vraag of de uitsluiting geldt doordat sprake is van een individuele verstrekking, aan de ouders van de vitale beroepen. Volgens de “oude visie” is het antwoord bevestigend: de btw van de gastouder is dan kostprijsverhogend. Een voor deze kosten apart aangemaakte kostenplaats dient dan kostprijsverhogend worden gelabeld. Dit is de meest veilige weg. Echter kan ook de nieuwe visie worden bepleit: á la de re-integratie- en A28-rechtspraak. Onder de hiervoor bedoelde uitsluiting worden namelijk prestaties aan de collectiviteit van inwoners niet begrepen. Door de kinderopvang kunnen de ouders van vitale beroepen aan het werk en daarmee is de volledige bevolking en dus het collectief gediend. Het collectieve belang overheerst daarmee het individuele belang, waardoor de uitsluiting niet van toepassing is. De btw blijft daarmee compensabel voor de gemeente. Wanneer het Rijk alle kosten compenseert, ook de btw, adviseren wij - ter voorkoming van discussies achteraf - de kostenplaats op kostprijsverhogend te zetten.  

Lezersvraag: btw en gederfde opbrengsten vervoerders door COVID19

Diverse gemeenten worden geconfronteerd met de vraag van door hen gecontracteerde vervoerders, om de vervoerders te compenseren voor het verlies van hun inkomsten. Door de coronacrises en de oproep van de Rijksoverheid om zoveel mogelijk thuis te blijven, wordt er namelijk substantieel minder leerlingenvervoer, jeugdvervoer en dagbestedingsvervoer verricht en afgenomen. Daarbij komt tevens de vraag op of de betaling van deze compensatie moet worden belast met btw. Dit is een relevante vraag nu gemeenten de btw op dergelijke vervoerskosten veelal niet kunnen verrekenen, via de btw-aangifte noch het BCF, waardoor deze btw – in principe – kostprijsverhogend is. Of de gemeente btw moet betalen aan de vervoerder is afhankelijk van de gemaakte compensatieafspraken. Wij lichten dit hierna verder toe voor onze abonnees.Van belang is of in de contracten met de vervoerders is opgenomen of er een verplichting tot doorbetaling bestaat. Contractuele verplichting tot betaling - belast Wanneer gemeente en vervoerder hebben afgesproken dat de gemeente periodiek (maandelijks of jaarlijks) een vast bedrag betaalt, ongeacht de hoeveelheid uitgevoerde ritten, dan dient de gemeente haar contractuele verplichting tot betaling na te komen. Over de betaalde vergoeding is dan (9%) btw verschuldigd, ondanks dat de vervoerder in de betreffende periode wellicht geen ritten uitvoert. De gemeente betaalt dan namelijk voor het recht om waar en wanneer nodig ritten uit te laten voeren. De betaling van de gemeente vormt in dit geval geen onbelaste vergoeding voor het verlies van inkomsten. Geen contractuele verplichting tot betaling - onbelast Indien gemeente en vervoerder overeen zijn gekomen dat de gemeente betaalt per afgenomen rit, dan geldt er geen contractuele betalingsverplichting als er geen ritten worden uitgevoerd. Wanneer een gemeente toch besluit een vervoerder te compenseren voor het geleden inkomstenverlies, dan is dit uit vrijgevigheid dan wel ten behoeve van het algemeen belang. Voor de btw wordt in dat geval geen prestatie verondersteld, waardoor heffing van btw achterwege kan blijven. Van heffing van schenkbelasting is evenmin sprake. Zo sprake is van een gift, dan is deze vrijgesteld van schenkbelasting aangezien deze wordt verstrekt door een gemeente (op grond van artikel 33, sub 3 van de Successiewet). Mocht in deze situatie toch sprake zijn van een btw-belaste prestatie, dan is deze btw compensabel via het BCF aangezien geen sprake is van de verstrekking aan een individuele derde. Aandachtspunt praktijk: geen contractuele verplichting tot betaling, mogelijk op een later moment alsnog ritten hiervoor Het is denkbaar dat gemeenten en vervoerders op een later moment overeenkomen dat het eerder gegeven bedrag dat ter compensatie van inkomstenverlies werd betaald,  verrekend gaat worden met te maken ritten. De gemeente hoeft voor de ritten dan op dat latere moment niet meer te betalen, de inkomenscompensatie wordt op dat latere moment namelijk “omgevormd” naar een vooruitbetaling. Alhoewel het de vraag is of deze situatie zich zal kunnen voordoen, kan gesteld worden dat bij het maken van die nieuwe afspraak de vervoerder alsnog een factuur met btw moet uitreiken aan de gemeente.  Te beargumenteren valt dat wanneer een dergelijke afspraak op een later moment tot stand komt, het betaalde bedrag tot het moment van deze afspraak onbelast blijft. Deze visie verdient afstemming met de Belastingdienst. Bovenal adviseren wij om duidelijke afspraken met de vervoerder te maken over de inkomenscompensatie en deze vooraf te (laten) toetsen op de btw-gevolgen.

Wilt u op de hoogte blijven van het laatste binnenlands bestuur nieuws?

Meld u aan voor de nieuwsbrief

Contact


Dieks Boswinkel

088 - 792 16 91

dieks.boswinkel@pwc.com

Jarno Sloot

088 - 792 42 22

jarno.sloot@pwc.com

Jelke Rouwhorst

088 - 792 28 33

jelke.rouwhorst@pwc.com