Altijd en overal toegang tot een schat aan informatie.

Vergroot de fiscale kennis binnen uw gemeente

Actueel


Uitbreiding toelichting op de vestiging van een beperkt zakelijk recht

Het Fiscaal Portaal Gemeenten krijgt van diverse abonnees vragen over de fiscale behandeling van het erfpachtrecht en andere beperkte zakelijke rechten die worden gevestigd ten aanzien van onroerende zaken. Deze vragen beantwoorden we uiteraard graag. Op het Fiscaal Portaal Gemeenten is onlangs het hoofdstuk erfpacht uitgebreid. Dit hoofdstuk is een onderdeel van het thema Grondexploitatie. Graag brengen we door middel van dit nieuwsbericht u hiervan op de hoogte. In dit hoofdstuk staan de basisregels voor de btw-behandeling van de uitgifte van erfpachtrechten beschreven. Daarnaast zijn stroomschema’s opgenomen voor de vestiging van een erfpacht voor bepaalde en onbepaalde duur. Bij verdere vragen over dit onderwerp of andere onderwerpen helpen we u uiteraard graag.
[Lees verder...]

Bijzondere btw-regelingen voor de exploitatie van een bedrijfsrestaurant

Alhoewel veel van de ambtenaren op dit moment gedwongen thuiswerken als gevolg van de Corona-crisis, merkt het Fiscaal Portaal Gemeenten toch, of misschien wel juist daardoor, dat diverse gemeenten zich aan het buigen zijn over de wijze waarop de bedrijfskantine wordt geëxploiteerd.  We merken hierbij dat het vaak niet bekend is dat de gemeente btw-voordelen kan behalen bij het uitbesteden van de exploitatie aan een cateringsbedrijf. Het Fiscaal Portaal Gemeenten wil daarom de functie 0.4.23 van onze modellabeling graag nog een keer onder de aandacht brengen voor de diverse goedkeuringen die er bestaan op het gebied van exploitatie van een bedrijfsrestaurant.
[Lees verder...]

De term “schuldhulpverlening” moet strikt worden uitgelegd (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden)

Op 14 juli 2020 (gepubliceerd op 24 juli 2020) heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat de term schuldhulpverlening strikt uitgelegd moet worden. Dit betekent dat de vrijstelling voor schuldhulpverlening van toepassing is op het oplossen van problematische schuldsituaties en het voorkomen dat een voormalig schuldenaar weer in een problematische schuldsituatie terecht komt. In casu verrichte belanghebbende dergelijke prestaties niet volgens het Hof. 
[Lees verder...]

Btw op re-integratietrajecten: 100% BCF (Hoge Raad 10 juli 2020)

De Hoge Raad oordeelt dat recht op een BCF-bijdrage bestaat voor de btw op de kosten van re-integratiediensten. De gemeente maakt deze kosten ter uitvoering van de aan haar opgedragen taak (uitvoering Wet werk en bijstand, nu de Participatiewet). Alhoewel de diensten feitelijk door een individuele derde (de uitkeringsgerechtigde) worden gebruikt, komen de ingekochte diensten nog steeds ten goede aan de gemeente ter uitvoering van haar taak. De uitsluiting op een BCF-bijdrage is volgens de Hoge Raad niet aan de orde indien de derde (uitkeringsgerechtigde) volgens de wet verplicht is om gebruik te maken van de door de gemeente aangeboden goederen of diensten en de gemeente aan een weigering daaraan mee te werken negatieve gevolgen voor die individuele derde kan verbinden. In die situatie moet namelijk worden aangenomen dat de gemeente de inkopen heeft gedaan in eigen - dan wel collectief belang.
[Lees verder...]

Welkom


Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten omvat een uitgebreide databank met informatie op het gebied van zowel de btw, het BTW-compensatiefonds, vennootschapsbelasting en loonheffingen. Het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten is specifiek gericht op fiscale zaken die spelen bij publiekrechtelijke lichamen. Met het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten bent u dan ook altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op fiscaal gebied.

Naast de omvangrijke databank treft u vele praktijkvoorbeelden, voorbeeldbrieven en digitale tools aan waardoor u en/of uw medewerkers tijd kan besparen bij het beantwoorden van fiscale vragen. Daarnaast vergroot u de fiscale bewustwording binnen uw organisatie waardoor fiscale aspecten eerder worden gesignaleerd. Tevens kan het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dienen als educatiemiddel.

Met één abonnement kunnen tien medewerkers van de gemeente tegen een scherp geprijsd tarief gebruikmaken van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten. Mocht u geïnteresseerd zijn in het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten dan kunnen wij uw organisatie vrijblijvend informeren over de mogelijkheden en de inhoud van het PwC Fiscaal Portaal Gemeenten: Contact.

Uitgelicht


Btw op re-integratietrajecten: 100% BCF (Hoge Raad 10 juli 2020)

De Hoge Raad oordeelt dat recht op een BCF-bijdrage bestaat voor de btw op de kosten van re-integratiediensten. De gemeente maakt deze kosten ter uitvoering van de aan haar opgedragen taak (uitvoering Wet werk en bijstand, nu de Participatiewet). Alhoewel de diensten feitelijk door een individuele derde (de uitkeringsgerechtigde) worden gebruikt, komen de ingekochte diensten nog steeds ten goede aan de gemeente ter uitvoering van haar taak. De uitsluiting op een BCF-bijdrage is volgens de Hoge Raad niet aan de orde indien de derde (uitkeringsgerechtigde) volgens de wet verplicht is om gebruik te maken van de door de gemeente aangeboden goederen of diensten en de gemeente aan een weigering daaraan mee te werken negatieve gevolgen voor die individuele derde kan verbinden. In die situatie moet namelijk worden aangenomen dat de gemeente de inkopen heeft gedaan in eigen - dan wel collectief belang.Met het arrest van de Hoge Raad komt een einde aan een langlopende procedure. Nu de BCF-beschikkingen over het jaar 2019 zijn ontvangen en hiertegen nog de 6-weekstermijn openstaat, kan de Belastingdienst vele bezwaren BCF 2019 verwachten. Ook voor de jaren 2015 – 2018 vinden wij het verdedigbaar dat aanvullende btw via het BCF geclaimd kan worden (zie hierna). Re-integratietrajecten De Hoge Raad geeft aan dat de btw op de kosten van re-integratie compensabel is. De Staatssecretaris van Financiën betoogde dat de uitsluiting (art. 4.1.a BCF) van toepassing is omdat het feitelijke gebruik of verbruik aan een individuele derde ten goede is gekomen, ongeacht waarom de gemeente de verstrekking doet. Dit standpunt is niet in alle gevallen juist, zo geeft de Hoge Raad aan. Volgens de Hoge Raad kan er overigens wel een uitsluiting van de BCF-bijdrage zijn bij de gemeentelijke uitvoering van een opgedragen taak. Dit als de gemeente de goederen/diensten heeft ingekocht “in overheersende mate” omwille van het individuele belang van de derde. (Met name over de uitleg van dit punt kan in de toekomst nog discussie worden verwacht met de Belastingdienst.) In dat geval is de derde aan te merken als eindverbruiker en vervult de gemeente slechts de rol van intermediair – een situatie waarop de uitsluiting van BCF-bijdrage is gericht. Er is nu helder geworden dat de BCF-uitsluiting niet aan de orde is “indien die derden volgens de wet verplicht zijn om van de door de compensatiegerechtigde aangeboden goederen of diensten gebruik te maken en de compensatiegerechtigde aan een weigering daaraan mee te werken negatieve gevolgen voor die individuele derden kan verbinden. Onder die omstandigheden moet worden aangenomen dat de compensatiegerechtigde de goederen en de diensten heeft aangeschaft in verband met het belang van zijn eigen organisatie en bestuur dan wel het collectieve belang. De compensatiegerechtigde zelf is dan de eindverbruiker van de goederen of de diensten. Deze uitleg strookt met de bedoeling van de wetgever om compensatie met name uit te sluiten in gevallen waarin de compensatiegerechtigde in plaats van financiële ondersteuning of een sociale uitkering, diensten verleent of goederen verstrekt of ter beschikking stelt aan een derde.” Alle btw op re-integratietrajecten compensabel? Ter bepaling welk deel van de btw op re-integratietrajecten compensabel is heeft de Belastingdienst tot 2017 het zogenoemde model Haaglanden toegepast. Vanaf het jaar 2017 is een ander model gekozen. Sindsdien stelt de Belastingdienst dat alle btw op re-integratietrajecten compensabel is, met uitzondering van: (Sollicitatie)trainingen Scholing Individuele begeleiding (inclusief coaching). De btw op de toerekenbare kosten op de componenten intake en rapportage met betrekking tot de individuele begeleiding (inclusief coaching) is niet uitgesloten van compensatie Kinderopvang Opleidingen/scholing/Examenkosten (hieronder vallen ook stages die in het kader van dergelijke opleiding worden genoten) Reis- en fietskosten (Sport) abonnementen (Psychologische) therapie Met het arrest van de Hoge Raad kan niet direct gesteld worden dat deze behandelwijze van de Belastingdienst geheel onjuist is. Voor ieder soort moet worden bezien of  er voor de uitkeringsgerechtigde de verplichting bestaat om de verstrekking aan te nemen (en de gemeente aan het niet willen afnemen eventueel negatieve gevolgen kan verbinden; korten op uitkering e.d.). Wij adviseren met name voor deze rubrieken – die enkel nog in geding zijn – te bepalen of de verplichting tot afname door de uitkeringsgerechtigde bestaat. Denkbaar is dat dit niet het geval is voor een (sport)abonnement, reis- en fietskosten, kinderopvang e.d. Outplacementkosten Bij de rechtszaak was tevens in geding of de btw op de kosten van outplacementkosten is uitgesloten van BCF-bijdrage. Ook hiervoor oordeelt de Hoge Raad dat een uitsluiting niet aan de orde is. Dit weer  door de verplichting die bestaat bij de derde (een oud-wethouder) om mee te werken aan de outplacement. Gevolgen verder dan enkel re-integratie/outplacement Het arrest van de Hoge Raad kent niet alleen gevolgen voor de btw op de kosten van re-integratietrajecten en outplacementkosten, maar ook voor de btw op andere kosten die de gemeente maakt ter uitvoering van haar overheidstaak. Met name denken we hierbij aan andere activiteiten op het gebied van het sociaal domein. Bezwaar BCF 2019 De BCF-beschikking over het jaar 2019 is onlangs ontvangen. Hiertegen staat de “6-weeks-bezwaartermijn” nog open. Wij adviseren om bezwaar te maken tegen deze beschikking om een aanvullende BCF-bijdrage te krijgen. Uiteraard alleen indien en voor zover nog niet alle compensabele btw is geclaimd. En nog geen definitieve afspraken met de Belastingdienst zijn gemaakt. BCF 2015 – 2018: verzoek om nieuwe beschikking (“9.4-beschikking”) Ook voor de jaren 2015 tot en met 2018 kan een aanvullende BCF-bijdrage worden behaald. Daarvoor dient te worden verzocht om nieuwe beschikkingen over deze jaren. Uiteraard ook weer alleen indien en voor zover nog niet alle compensabele btw is geclaimd, eventueel ingediende bezwaren zijn afgehandeld en/of nog geen definitieve afspraken met de Belastingdienst zijn gemaakt. Het verzoek kan de Belastingdienst niet inwilligen met de stelling dat rechtspraak geen terugwerkende kracht heeft. Wij zijn niet overtuigd van de juistheid van deze stelling bij de toepassing van het BCF (een financieringswet). Wel dient hiermee rekening te worden gehouden. Ook kan bij het verzoek gebruik worden gemaakt van PwC’s gouden euro-theorie (zie ook ons eerdere nieuwsbericht over dit onderwerp). PwC's gouden euro-theorie Een gemeente heeft de mogelijkheid om uiterlijk 5 jaren na het betreffende kalenderjaar te verzoeken om een nieuwe beschikking BCF uit te reiken. Tegen deze nieuwe beschikking staat bezwaar en beroep open. Een nieuwe beschikking kan aangevraagd worden als blijkt dat in een bepaald jaar te weinig of te veel btw is geclaimd uit het BCF. Wij raden aan om in het verzoek om een nieuwe beschikking, naast de niet geclaimde btw op re-integratietrajecten, in ieder geval één Euro mee te nemen waarvan zeker is dat deze ten onrechte (niet) bij het BCF is geclaimd. Voor deze “gouden euro” moet de inspecteur een nieuwe beschikking uitreiken waartegen bezwaar en beroep openstaat. Naast deze zekere Euro kan verzocht worden om een aanvullende bijdrage uit het BCF voor niet geclaimde btw op re-integratietrajecten. Als de inspecteur het aanvullende verzoek voor de btw op re-integratietrajecten afwijst moet hij namelijk wel een nieuwe beschikking uitreiken voor de zekere Euro. Tegen deze nieuwe beschikking kan bezwaar en beroep worden ingesteld waarmee de aanvullende teruggaaf voor de btw op re-integratietrajecten kan worden geclaimd. Het arrest kunt u vinden via deze link:  https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2020:1273&showbutton=true&keyword=BTW   Publicatiedatum: 10 juli 2020

Rentevergoeding bij te veel betaalde – of te weinig geclaimde ondernemers-btw (Rechtbank Noord-Nederland)

Als te veel btw is voldaan via de btw-aangifte dient rente vergoed te worden, zo oordeelt Rechtbank Noord-Nederland. Dit geldt ook indien het aan de belastingplichtige te wijten is dat zij eerder te veel btw via de btw-aangifte heeft voldaan of niet heeft verrekend. Dit over de periode gerekend vanaf de datum van de onterechte betaling van de btw en de datum van terugbetaling door de Belastingdienst en tegen een rentetarief van (minimaal) 4%. Dit “sparen bij de Belastingdienst” vond de wetgever ongewenst, waardoor zij enige jaren geleden de wet heeft gewijzigd. Deze wetswijziging is in bepaalde gevallen onvoldoende geweest dan wel – voor de btw – niet mogelijk bezien vanuit het EU-recht. Wij verwachten dat de Belastingdienst de zaak gaat voorleggen aan het Gerechtshof. Heeft uw gemeente onlangs een (hoge) btw-teruggave gehad of verwacht zij deze, dan adviseren wij dat een verzoek wordt ingediend voor de invorderingsrente.Achtergrond Per 1 januari 2013 zijn de regels over het vergoeden van rente ingrijpend gewijzigd. Sindsdien bestaat “belastingrente” en “invorderingsrente”. De onderhavige zaak ging over invorderingsrente. Deze rente kan zowel verschuldigd zijn (bij te late betaling van een aanslag) als vergoed worden (bij te late uitbetaling van een beschikking). Daarnaast wordt – sinds 2015 – invorderingsrente vergoed als “in strijd met het EU recht” belasting is geheven. Over dit soort invorderingsrente gaat de onderhavige rechtszaak. Uitspraak Rechtbank Noord-Nederland geeft een ruime uitleg aan de verplichting van de Belastingdienst om rente te vergoeden. Volgens de Rechtbank is een beroep op “in strijd met het EU-recht” betaalde btw (of niet teruggevorderde btw) ook mogelijk als de teruggaaf niet voortkomt uit een inhoudelijk geschil met de Belastingdienst, maar uit het op een later moment herstellen van een omissie van de belastingplichtige zelf. De Rechtbank uitspraak biedt belastingplichtigen als gemeenten de mogelijkheid om rente terug te vragen op het moment dat zij: - ten onrechte te veel btw hebben betaald via de aangifte; - ten onrechte te weinig btw hebben geclaimd via de btw-aangifte. Nedvang-bijdrage Bij dit laatste valt te denken aan de situatie dat ten onrechte btw is gecompenseerd via het BTW-compensatiefonds die nog wel voor aftrek in aanmerking komt via de btw-aangifte. Met name bij de correctie van de inkoop-btw die toerekenbaar is aan de ‘Nedvang bijdrage voor Afval’ kan dit het rentenadeel beperken dat ontstaat vanwege de rente op de terugbetaling van de gecompenseerde btw. Vaak geen volledige rentevergoeding bij teruggaven Het Nederlandse rente-systeem bij belastingen is zo ingericht dat in de meeste gevallen wel belastingrente verschuldigd is bij te late betalingen van belastingen, maar geen belastingrente vergoed wordt bij latere teruggaven van belasting of maar voor een deel van de tijd. Dit laatste is niet altijd toegestaan als de teruggaaf berust op een uitlegging van Europees recht, omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat het Europeesrechtelijke doeltreffendheidsbeginsel en fiscale neutraliteit vereisen dat de belastingplichtige wordt gecompenseerd voor de tijd dat hij het ten onrechte betaalde bedrag aan belasting niet onder zich heeft gehad. Het Europees recht is onder meer van toepassing bij btw, accijnzen en bepaalde aspecten van de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting. Rente bij belastingen geheven in strijd met Unierecht Voor dergelijke gevallen is daarom vanaf 1 januari 2015 een speciale vorm van invorderingsrente (hierna: “28c-invorderingsrente”) in het leven geroepen. Als belasting in strijd met het Unierecht is geheven, moet invorderingsrente vergoed worden over de periode vanaf betaling van de belasting tot teruggaaf van de belasting (minus de periodes waarvoor eventueel al belastingrente of andere rente vergoed is). In de praktijk bestaat bij 28c-invorderingsrente met name discussie over het vereiste van ‘in strijd met het EU recht’. De Belastingdienst neemt doorgaans het standpunt in dat hiervan alleen sprake is als belasting is geheven door een expliciete standpuntbepaling van de Belastingdienst (bijvoorbeeld individueel of in beleid) die achteraf gezien onjuist blijkt te zijn door bijvoorbeeld nieuwe jurisprudentie. 28c-invorderingsrente zou dan niet van toepassing zijn als een belastingplichtige achteraf een eigen fout corrigeert, bijvoorbeeld omdat ten onrechte btw is aangegeven of niet is teruggevraagd. Rb: Rentevergoeding bij ten onrechte afgedragen maar later gecorrigeerde btw In de procedure bij Rechtbank Noord-Nederland had de belastingplichtige per abuis in Nederland btw voldaan over zogenoemde afstandsverkopen, terwijl later bleek dat die btw in een ander land verschuldigd was. Toen dit duidelijk werd, heeft de belastingplichtige deze btw in het andere land voldaan (en daarover rente moeten betalen) en de btw in Nederland teruggevraagd. De Rechtbank oordeelt dat ook in een dergelijk geval van een vergissing sprake is van ‘in strijd met het Unierecht’ geheven belasting en dat de Belastingdienst 28c-invorderingsrente moet vergoeden over de relevante periode. De reden van het ten onrechte heffen van belasting doet volgens de Rechtbank niet ter zake. De fiscale neutraliteit verlangt dat enkel ‘neutraal’ moet worden bepaald of belasting al dan niet ten onrechte is geheven. De Rechtbank komt dus tot een ruime uitleg van het begrip ‘in strijd met het Unierecht’. Dit leidt voor de belastingplichtige tot een aanzienlijk extra te ontvangen bedrag (8% van de terugontvangen btw). Wat kunt u doen? Het is nog onzeker of de Belastingdienst in beroep gaat tegen het oordeel van de Rechtbank. Het kan zijn dat een hogere rechter uiteindelijk een minder ruime uitleg voorstaat. Wij kunnen de neutrale aanpak van de rechtbank echter goed volgen. In onze visie doet deze benadering recht aan de doelstelling die de Europese rechter heeft gehad in zijn uitspraken over rentevergoedingen en aan de doelstelling van rentevergoedingen in het algemeen. Als u recentelijk een (aanzienlijke) teruggaaf btw, accijnzen of een andere belastingteruggaaf die samenhangt met het Europese recht heeft ontvangen en geen rente vergoed heeft gekregen voor de volledige periode waarin u niet over het geld heeft kunnen beschikken, raden wij u aan een verzoek bij de Ontvanger van de Belastingdienst in te dienen om 28c-invorderingsrente vergoed te krijgen. U kunt dit formeel doen tot 6 weken na de dagtekening van de teruggaafbeschikking. Wij kunnen u assisteren om te bepalen of een dergelijk verzoek voor u zinvol is en het verzoek voor u indienen.  

Betaling aan vervoerders: Belastingdienst bevestigt antwoord lezersvraag Fiscaal Portaal Gemeenten

Op 12 mei 2020 heeft Fiscaal Portaal Gemeenten antwoord gegeven op de lezersvraag of de betaling/compensatie die gemeenten betalen aan vervoersbedrijven btw-belast zijn (Lezersvraag: btw en gederfde opbrengsten vervoerders door COVID-19). Bij de beantwoording is onderscheid gemaakt naar de situatie waarbij de betaling contractueel verplicht is (betaling belast met btw) en situaties waarbij dat niet het geval is (betaling zonder btw). Op dat moment was ons niet bekend dat de Belastingdienst een gelijke vraag had liggen en deze heeft beantwoord per brief van 24 april 2020. Met een verwijzing naar rechtspraak bevestigt de Belastingdienst de visie van Fiscaal Portaal Gemeenten.  De brief van de Belastingdienst treft u hierbij aan. De inhoud van de brief betreft algemene informatie, die niet ingaat op specifieke gevallen. Voor de specifieke gevallen kan de gemeente in vooroverleg treden met de Belastingdienst.  De brief is afkomstig van Koninklijk Nederlands Vervoer:https://www.knv.nl/veelgestelde-vragen/ Publicatiedatum: 26 mei 2020.

Lezersvraag: btw-compensatie bij noodopvang kinderen van ouders in vitale beroepen

In verband met de uitbraak van COVID-19 is door het kabinet aan gemeenten gevraagd om de noodopvang te organiseren van kinderen van ouders die werken in cruciale beroepen of vitale processen. Gemeenten maken kosten om dit te organiseren, maar ontvangen soms ook facturen van bijvoorbeeld gastouders. De opvang is namelijk zonder extra kosten voor de ouders. Voor zover op de gemaakte kosten btw drukt komt deze volgens PwC Fiscaal Portaal Gemeenten in aanmerking voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. Voor onze abonnees onderbouwen wij dat standpunt hierna.Facturen coördineren en organiseren noodopvang De Veiligheidsregio’s hebben bijgevoegde brief de opdracht gekregen noodopvang te bieden aan kinderen van ouders in vitale beroepen. De gemeenten zijn daarbij gevraagd om dit te organiseren, coördineren en ondersteunen. De gemeente handelt hierbij niet als ondernemer voor de btw. Doordat de gemeente geen vergoeding ontvangt verricht zij namelijk geen economische activiteiten. De aan de gemeente gefactureerde btw komt daardoor in aanmerking voor een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds. Voor de btw 0p de kosten voor coördinatie en beleid geldt geen uitsluiting in de zin van artikel 4 van de Wet BCF. Facturen gastouders en kinderopvang Sommige gemeenten ontvangen facturen van bijvoorbeeld gastouders en andere kinderopvang. Te denken valt aan een situatie waarbij ouders een vitaal beroep hebben en waarbij normaal gesproken anderen, zoals de grootouders, oppassen. Door COVID-19 is dit echter niet mogelijk en dienen de ouders extra kinderopvang in te kopen. Het kabinet heeft toegezegd dat ouders met vitale beroepen geen extra kosten mogen maken voor kinderopvang. Om die reden worden deze extra kosten betaald door gemeenten. Veelal brengen de gastouders geen btw in rekening voor hun dienst van kinderopvang. Dit door de btw-vrijstelling (art. 11.1.w, Wet op de omzetbelasting 1968). Deze btw-vrijstelling geldt voor de opvang van kinderen in kinderopvang of gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet kinderopvang, indien het betreft kinderopvang in een overeenkomstig die wet geregistreerd en wordt voldaan aan de in de voormelde wet gestelde eisen, opvang van kinderen als bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, onderdeel a, van die wet, en ook de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vormen van kinderopvang. In dit besluit wordt onder voorwaarden overigens ook de bemiddeling bij kinderopvang vrijgesteld. Wordt niet voldaan aan voormelde voorwaarden voor de toepassing van de btw-vrijstelling, dan dient ter zake van de kinderopvang wel btw te worden gefactureerd aan de gemeente. De gemeente wendt deze ingekochte dienst aan “buiten het kader van haar onderneming”, zodat de btw in beginsel compensabel is. Het is vervolgens de vraag of de uitsluiting geldt doordat sprake is van een individuele verstrekking, aan de ouders van de vitale beroepen. Volgens de “oude visie” is het antwoord bevestigend: de btw van de gastouder is dan kostprijsverhogend. Een voor deze kosten apart aangemaakte kostenplaats dient dan kostprijsverhogend worden gelabeld. Dit is de meest veilige weg. Echter kan ook de nieuwe visie worden bepleit: á la de re-integratie- en A28-rechtspraak. Onder de hiervoor bedoelde uitsluiting worden namelijk prestaties aan de collectiviteit van inwoners niet begrepen. Door de kinderopvang kunnen de ouders van vitale beroepen aan het werk en daarmee is de volledige bevolking en dus het collectief gediend. Het collectieve belang overheerst daarmee het individuele belang, waardoor de uitsluiting niet van toepassing is. De btw blijft daarmee compensabel voor de gemeente. Wanneer het Rijk alle kosten compenseert, ook de btw, adviseren wij - ter voorkoming van discussies achteraf - de kostenplaats op kostprijsverhogend te zetten.  

Wilt u op de hoogte blijven van het laatste binnenlands bestuur nieuws?

Meld u aan voor de nieuwsbrief

Contact


Dieks Boswinkel

088 - 792 16 91

dieks.boswinkel@pwc.com

Jarno Sloot

088 - 792 42 22

jarno.sloot@pwc.com

Jelke Rouwhorst

088 - 792 28 33

jelke.rouwhorst@pwc.com